Kinderalimentatie

Ouders zijn verplicht om financieel voor hun kinderen te zorgen. Daarom moet de ouder die het meest verdient, na de scheiding vaak kinderalimentatie betalen aan de minst verdienende ouder.

Meestal is het de vrouw die kinderalimentatie ontvangt en de man die betaalt. Dat komt omdat – althans voor nu – vrouwen een groter deel van de zorg voor de kinderen dragen en vaker in deeltijd werken dan mannen.

Welke regels gelden eigenlijk voor kinderalimentatie en hoe wordt die berekend?

Wie is onderhoudsplichtig? 

Allereerst: wie zijn eigenlijk onderhoudsplichtig voor de kinderen? De biologische ouders natuurlijk, maar ook een stiefouder is wettelijk verplicht om financieel voor zijn of haar stiefkinderen te zorgen. Dat laatste geldt alleen wanneer de kinderen bij het gezin van de stiefouder horen en daar dus grotendeels wonen.

Hoelang duurt de onderhoudsplicht?

De onderhoudsplicht van ouders en stiefouders duurt totdat het kind 21 jaar is. De verplichting blijft dus nog drie jaar bestaan nadat het kind meerderjarig is geworden.

Tremanormen

Voor het berekenen van alimentatie zijn regels, de zogenaamde Trema-normen. Rechters zijn niet verplicht deze regels toe te passen, maar in de praktijk gebeurt dat doorgaans wel. Hieronder staan de hoofdlijnen uit de Trema-normen.

Behoefte

Bij kinderalimentatie moeten we twee dingen berekenen: aan de ene kant de behoefte van het kind en aan de andere kant de draagkracht van de ouders.

De behoefte van een kind wil zeggen: dat wat een kind gemiddeld per maand kost. De behoefte van het kind is logisch ook meteen de maximale alimentatie. Hiervoor zijn Nibud-tabellen. Die laten zien hoeveel ouders gemiddeld per maand uitgeven aan de kinderen, afhankelijk van het gezinsinkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd.

Let op: het netto besteedbare gezinsinkomen vlak vóór de scheiding bepaalt de behoefte van het kind. Waarom dat ‘oude’ inkomen bepalend is? Dat is om het kind dezelfde levensstandaard te laten houden. Als dat tenminste financieel mogelijk is.

Óf dat mogelijk is, bepaalt vervolgens de draagkracht van de ouders ná de scheiding.

Draagkracht

De draagkracht van een ouder wil zeggen: hoeveel geld heeft een ouder na de scheiding om uit te geven aan de kinderen? Daarvoor kijken we enerzijds naar wat die ouder netto per maand verdient en anderzijds wat hij/zij minimaal nodig heeft om zelf van te leven. Het verschil daartussen heet vrije ruimte. De hoofdregel is dat 70% van die vrije ruimte voor de kinderen is bestemd.

Rekenformule

Het berekenen van de draagkracht is in 2013 vereenvoudigd. Er wordt niet meer gerekend met de werkelijke woonlasten van de ouders. In plaats daarvan zijn deze lasten op een forfaitaire (vaste) manier verwerkt in een rekenformule.

Die formule luidt: draagkracht = 70% x (netto inkomen -/- (woonlasten + € 905)). Dat lijkt misschien erg ingewikkeld maar is het bij nader inzien niet. Kijk maar.

Basis van de berekening is het netto inkomen van een ouder, het inkomen ná belasting dus. Vervolgens wordt gekeken: wat heeft die ouder minimaal nodig om zelf van te leven. Dat minimale bedrag is vastgesteld op € 905 plus woonlasten. Het bedrag van € 905 is de bijstandsnorm voor een alleenstaande maar dan zonder de component woonlasten (noot 1). De woonlasten worden forfaitair berekend door deze op 30% van het netto inkomen te stellen; 30% is wat mensen gemiddeld genomen uitgeven aan wonen.

Het verschil tussen het netto inkomen en dat wat een ouder nodig heeft om zelf van te leven, is de vrije ruimte. Daarvan is 70% bestemd voor de kinderen.

Tot zover lijkt het tamelijk simpel.

Schulden

Maar wat als degene die alimentatie moet betalen schulden heeft?

Als regel kun je zeggen dat aflossingen op schulden moeten meetellen bij het berekenen van kinderalimentatie, mits die schulden niet vermijdbaar en niet verwijtbaar zijn. Voorbeeld: een schuld is vermijdbaar als de schuldenaar de schuld gemakkelijk kan aflossen uit spaargeld. Voorbeeld: een verwijtbare schuld is een boete voor te hard rijden of een schuld die is ontstaan omdat er zonder goede reden te veel geld is uitgegeven. Het is niet altijd gemakkelijk om te bepalen of een schuld vermijdbaar of verwijtbaar is. Dit soort kwesties komen dus nogal eens bij de rechter terecht.

Als eenmaal vaststaat dat de schuld meetelt voor de kinderalimentatie, dan wordt doorgaans het bedrag dat de alimentatiebetaler zelf nodig heeft om van te leven opgehoogd met de maandelijkse aflossing op de schuld. De ruimte voor kinderalimentatie wordt dan navenant minder.

Hoge of lage woonlasten  

Een andere complicatie. Wat als de woonlasten in werkelijkheid veel hoger of lager zijn dan 30% van het netto inkomen? Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat een ouder na de scheiding tijdelijk dubbele woonlasten heeft. Of soms heeft iemand even geen of nauwelijks woonlasten, bijvoorbeeld doordat hij/zij tijdelijk bij familie inwoont.

De rekenformule kan in dat soort gevallen erg onredelijk uitpakken. Daarom worden bij dubbele woonlasten vaak toch de werkelijke lasten meegeteld in plaats van het forfait. En hetzelfde kan gebeuren bij extreem lage woonlasten (zie ons eerdere blog).

Naar rato verdelen van draagkracht 

Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, moet hun draagkracht eerlijk – dat wil zeggen naar rato – over de behoefte worden verdeeld. Een eenvoudig voorbeeld: de man heeft 400 euro draagkracht, de vrouw 200 euro. Er is één kind. De behoefte van het kind is 500 euro. De draagkracht wordt dan als volgt naar rato verdeeld. Draagkracht man: 400/600 x 500 = 333. Draagkracht vrouw: 200/600 x 500 = 166.  De man moet dus voor € 333 en de vrouw voor € 166 bijdragen in de kosten van het kind.

Let op: als de ouders samen te weinig draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, valt er niks naar rato te verdelen en gaat de draagkracht volledig naar het kind.

Zorgkorting

Maar dan zijn we er nog niet, want we moeten ook rekening houden met hoe de zorg voor de kinderen is verdeeld. Lees: omgangsregeling. Immers, de alimentatiebetaler zorgt zelf doorgaans ook een of meer dagen per week voor de kinderen. Afhankelijk van hoeveel dagen dat zijn, krijgt de alimentatiebetaler een korting op de alimentatie (zorgkorting). Concreet: bij een dag per week is de korting 15% van de behoefte van het kind, bij twee dagen per week 25% en bij 3 dagen 35%.

In het eenvoudige voorbeeld van hierboven: stel de man zorgt 1 dag per week voor het kind. Hij krijgt dan een zorgkorting van 15% van de behoefte, dat is (15% van 500) is 75 euro. De man betaalt dan 333 -/- 75 = 258 euro alimentatie aan de vrouw.

Let op: de volledige korting geldt alleen als er bij de ouders samen genoeg draagkracht is om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Als er te weinig draagkracht is, wordt de korting al naar gelang de grootte van het tekort minder tot uiteindelijk nul.

Samenstelde gezinnen 

Bij samengestelde gezinnen kan de berekening erg ingewikkeld worden. Mensen hebben steeds vaker kinderen uit meerdere relaties en stiefouders zijn ook onderhoudsplichtig voor hun stiefkinderen. Er kan zodoende een heel web aan onderhoudsverplichtingen ontstaan.

Voorbeeld, u en uw ex hebben twee kinderen, u bent opnieuw getrouwd en de kinderen wonen bij u. Uw nieuwe partner is door het huwelijk onderhoudsplichtig voor uw kinderen geworden. En stel, de nieuwe partner heeft zelf ook een kind uit vorige relatie, dat ook bij u woont. U bent dan als stiefouder ook onderhoudsplichtig voor dat kind. Misschien krijgen u en uw partner zelf ook een kind waarvoor u dan natuurlijk ook samen onderhoudsplichtig bent. Een vergelijkbare situatie kan zich uiteraard voordoen aan de kant van uw ex.

Voor een alimentatieberekening zijn in zo’n geval de inkomensgegevens van álle onderhoudsplichtige partijen nodig. Het is vaak lastig en soms feitelijk onmogelijk om die allemaal beschikbaar te krijgen.

Als de behoefte van alle kinderen en de draagkracht van alle (stief)ouders is berekend – moet de beschikbare draagkracht naar rato van de behoefte worden verdeeld over de kinderen. Dat kan lastig zijn. In de trema-normen staan geen duidelijke regels voor dit soort situaties. Er zijn wel wat vuistregels af te leiden uit de jurisprudentie, maar vaak is het toch een kwestie van maatwerk. Het zijn dan waarbij de feiten en omstandigheden van dat specifieke geval die de uitkomst bepalen.

Hoe spreek je alimentatie af? 

De meeste mensen gaan naar een advocaat of mediator voor het maken van afspraken over de alimentatie. Deze beschikken over een rekenprogramma waarmee de alimentatie berekend kan worden. Vaak lukt het wel om op deze manier samen afspraken te maken. Als dat echt niet lukt, kan de rechter een beslissing nemen.

Wanneer kan de alimentatie worden gewijzigd? 

De alimentatie kan worden gewijzigd als de omstandigheden veranderen. Bijvoorbeeld: degene die alimentatie moet betalen wordt werkloos en heeft minder inkomen. Of bijvoorbeeld: degene die alimentatie ontvangt, gaat hertrouwen waardoor ook de nieuwe partner onderhoudsplichtig wordt. De alimentatie kan ook worden gewijzigd als er een fout gemaakt is bij het vaststellen ervan.

Heeft u vragen of wilt u een berekening laten maken? Bel of mail dan met Hedy Bollen.


Noten

(1) Het zou niet eerlijk zijn om de woonlastencomponent in de bijstandsnorm tot uitgangspunt te nemen. Immers, woonlasten zijn doorgaans de grootste hap van iemands vaste lasten. Daarom zijn de woonlasten op forfaitaire wijze gerelateerd aan het werkelijke netto inkomen per maand, door deze op 30% daarvan te stellen.

Lees ook: kinderalimentatie ‘eeuwig dilemma’.