Kinderalimentatie

Ouders zijn verplicht om financieel voor hun kinderen te zorgen. Daarom moet de ouder die het meest verdient, na de scheiding vaak kinderalimentatie betalen aan de minst verdienende ouder.

Maar hoe wordt kinderalimentatie berekend?

Wie is onderhoudsplichtig?

Allereerst: wie zijn eigenlijk onderhoudsplichtig voor de kinderen? De biologische ouders natuurlijk, maar ook een stiefouder is wettelijk verplicht om financieel voor zijn of haar stiefkinderen te zorgen. Dat laatste geldt alleen wanneer de kinderen bij het gezin van de stiefouder horen en daar dus grotendeels wonen.

Trema-normen

Voor het berekenen van alimentatie zijn regels, de zogenaamde Tremanormen. Rechters zijn niet verplicht deze regels toe te passen, maar in de praktijk gebeurt dat doorgaans wel. Hieronder worden de hoofdlijnen van de Tremanormen uitgelegd.

De twee basisbegrippen van de Tremanormen zijn de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders.  Behoefte van het kind wil zeggen: wat kost een kind gemiddeld per maand? Draagkracht van de ouders wil zeggen: hoeveel ruimte hebben de ouders om uit te geven aan de kinderen?

Wat kosten kinderen?

De behoefte wordt doorgaans afgelezen uit Nibud-tabellen. Die laten zien hoeveel er gemiddeld per maand wordt uitgeven aan kinderen, afhankelijk van het gezinsinkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd.

Let op: het netto besteedbare gezinsinkomen vlak vóór de scheiding bepaalt de behoefte van het kind. De achterliggende gedachte is dat het kind er niet op achteruit mag gaan en dezelfde levensstandaard moet houden. Tenminste, als dat financieel mogelijk is. Óf dat mogelijk is, bepaalt vervolgens de draagkracht van de ouders na de scheiding.

Draagkracht

De draagkracht van een ouder wil zeggen: hoeveel geld heeft een ouder na de scheiding om uit te geven aan de kinderen? Daarvoor kijken we enerzijds naar wat die ouder netto per maand verdient en anderzijds wat hij/zij minimaal nodig heeft om zelf van te leven. Het verschil daartussen heet vrije ruimte. De hoofdregel is dat 70% van die vrije ruimte voor de kinderen is bestemd.

Kinderalimentatie … een kwestie van behoefte en draagkracht.

Rekenformule

Het berekenen van de draagkracht is in 2013 vereenvoudigd. Er wordt niet meer gerekend met de werkelijke woonlasten van de ouders. In plaats daarvan zijn deze lasten op een forfaitaire (vaste) manier verwerkt in een rekenformule.

Die formule luidt: draagkracht = 70% x (netto inkomen -/- (woonlasten + € 905)). Dat lijkt misschien erg ingewikkeld maar is het bij nader inzien niet. Kijk maar.

Basis van de berekening is het netto inkomen van een ouder, het inkomen ná belasting dus. Vervolgens wordt gekeken: wat heeft die ouder minimaal nodig om zelf van te leven. Dat minimale bedrag is vastgesteld op € 905 plus woonlasten. Het bedrag van € 905 is de bijstandsnorm voor een alleenstaande maar dan zonder de component woonlasten (noot 1). De woonlasten worden forfaitair berekend door deze op 30% van het netto inkomen te stellen; 30% is wat mensen gemiddeld genomen uitgeven aan wonen.

Het verschil tussen het netto inkomen en dat wat een ouder nodig heeft om zelf van te leven, is de vrije ruimte. Daarvan is 70% bestemd voor de kinderen.

Naar rato verdelen van draagkracht

Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, moet hun draagkracht eerlijk – dat wil zeggen naar rato – over de behoefte worden verdeeld. Een eenvoudig voorbeeld: de man heeft 400 euro draagkracht, de vrouw 200 euro. Er is één kind. De behoefte van het kind is 500 euro. De draagkracht wordt dan als volgt naar rato verdeeld. Draagkracht man: 400/600 x 500 = 333. Draagkracht vrouw: 200/600 x 500 = 166. De man moet dus € 333 en de vrouw € 166 bijdragen in de kosten van het kind.

Let op: als de ouders samen te weinig draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, valt er niks naar rato te verdelen en gaat de draagkracht volledig naar het kind.

Zorgkorting

Maar dan zijn we er nog niet, want we moeten ook rekening houden met hoe de zorg voor de kinderen is verdeeld, lees: de omgangsregeling.

De gedachte hierachter is dat de ouder waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft (lees: woont, het grootste deel van de tijd verblijft, staat ingeschreven), geen verblijfskosten heeft voor het kind wanneer het kind bij de andere ouder verblijft.  Let op: het uitgangspunt is dat de ouder waar het kind woont, de verblijfsoverstijgende kosten betaalt, zoals school, contributies e.d.

Dit betekent dat de ouder waar het kind niet woont, een korting op de alimentatie krijgt, afhankelijk van de tijd dat hij/zij gemiddeld per week de zorg heeft voor het kind. Dit heet de zorgkorting. Concreet: bij minder dan een dag per week is de zorgkorting 5% van de behoefte van het kind, bij een dag per week 15%, bij twee dagen per week 25% en bij drie dagen 35%.

In het eenvoudige voorbeeld van hierboven: stel de man zorgt 1 dag per week voor het kind. Hij krijgt dan een zorgkorting van 15% van de behoefte, dat is (15% van 500) is 75 euro. De man betaalt dan 333 -/- 75 = 258 euro alimentatie aan de vrouw.

Let op: de volledige korting geldt alleen als er bij de ouders samen genoeg draagkracht is om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Als er te weinig draagkracht is, wordt de korting al naar gelang de grootte van het tekort minder tot uiteindelijk nul.

De omgangsregeling bepaalt de hoogte van de zorgkorting.

Complicatie: geen vast inkomen

Het vaststellen van de draagkracht van partijen is niet altijd eenvoudig. Het kan lastig zijn om het inkomen van (een van de) ouders te bepalen. Als een ouder in loondienst is en een vast inkomen heeft, met vaste uren en een vaste beloning, is er geen probleem. Maar wat als het inkomen op een onregelmatige manier fluctueert? En hoe bepaal je het inkomen van een ondernemer? In zo’n geval moeten er inschattingen worden gemaakt op basis van cijfers over het verleden en prognoses voor de toekomst. Dat is – logisch – niet eenvoudig en kan tot discussie leiden.

Complicatie: schulden

Een andere complicatie. Stel dat degene die alimentatie moet betalen schulden heeft, wat dan?

Als regel kun je zeggen dat aflossingen op schulden moeten meetellen bij het berekenen van kinderalimentatie, mits die schulden niet vermijdbaar en niet verwijtbaar zijn. Voorbeeld: een schuld is vermijdbaar als de schuldenaar de schuld gemakkelijk kan aflossen uit spaargeld. Voorbeeld: een verwijtbare schuld is een boete voor te hard rijden of een schuld die is ontstaan omdat er zonder goede reden te veel geld is uitgegeven. Het is niet altijd gemakkelijk om te bepalen of een schuld vermijdbaar of verwijtbaar is. Dit soort kwesties komen dus nogal eens bij de rechter terecht.

Als eenmaal vaststaat dat de schuld meetelt voor de kinderalimentatie, wordt meestal het bedrag dat de alimentatiebetaler zelf nodig heeft om van te leven opgehoogd met de maandelijkse aflossing op de schuld. De ruimte voor kinderalimentatie wordt dan navenant minder.

Schulden kunnen meetellen bij het berekenen van kinderalimenatie.

Complicatie: heel hoge of heel lage woonlasten

Nog een complicatie. Wat als de woonlasten in werkelijkheid veel hoger of lager zijn dan 30% van het netto inkomen? Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat een ouder na de scheiding tijdelijk dubbele woonlasten heeft. Of soms heeft iemand even geen of nauwelijks woonlasten, bijvoorbeeld doordat hij/zij tijdelijk bij familie inwoont.

De rekenformule kan in dat soort gevallen erg onredelijk uitpakken. Daarom worden bij dubbele woonlasten vaak toch de werkelijke lasten meegeteld in plaats van het forfait. En hetzelfde kan gebeuren bij extreem lage woonlasten (2).

Complicatie: samenstelde gezinnen

Bij samengestelde gezinnen kan de berekening erg ingewikkeld worden. Mensen hebben steeds vaker kinderen uit meerdere relaties en stiefouders zijn ook onderhoudsplichtig voor hun stiefkinderen. Er kan zodoende een heel web aan onderhoudsverplichtingen ontstaan. In principe zijn alle inkomensgegevens van alle onderhoudsplichtige partijen nodig en die gegevens zijn lang niet altijd allemaal beschikbaar.

Als de behoefte van alle kinderen en de draagkracht van alle (stief)ouders is berekend en/of geschat, moet de draagkracht naar rato van de behoefte worden verdeeld over de kinderen. In de trema-normen staan geen duidelijke regels voor dit soort situaties. Er zijn wel wat vuistregels af te leiden uit de jurisprudentie, maar vaak is het toch een kwestie van maatwerk.

Hoe spreek je alimentatie af?

Een advocaat of mediator kan u helpen bij het maken van afspraken over de alimentatie. Vaak lukt dat wel. De afspraken worden dan op papier gezet en doorgaans wordt aan de rechter gevraagd deze te bekrachtigen, zodat de alimentatiegerechtigde een executoriale titel heeft.

Als u het samen niet eens kunt worden, kan een van de partijen de rechter vragen om een beslissing te nemen. Zo’n procedure duurt gemiddeld negen maanden.

Wanneer kan de alimentatie worden gewijzigd?

Een alimentatieberekening is eigenlijk een momentopname. Daarom zegt de wet dat de alimentatie gewijzigd kan worden wanneer de situatie zodanig verandert dat het geldende bedrag niet meer klopt met de wettelijke normen. Bijvoorbeeld: degene die alimentatie moet betalen wordt buiten zijn schuld werkloos en heeft daardoor minder draagkracht. Of: de alimentatieontvanger gaat meer werken en heeft daardoor meer draagkracht. Of: de omgangsregeling verandert waardoor de verdeling van de kosten anders wordt.

De alimentatie kan soms ook worden gewijzigd als er een fout gemaakt is bij het vaststellen ervan.

Afwijken van de Tremanormen

Mogen ouders ook een bedrag met elkaar afspreken dat afwijkt van de Tremanormen? Ja, dat mag. Maar pas op, in zo’n geval kan dat bedrag misschien niet meer worden gewijzigd als de omstandigheden veranderen. Laat u daarom goed adviseren door een advocaat of mediator.

Jaarlijkse indexering alimentatie

Het alimentatiebedrag wordt jaarlijks op 1 januari verhoogd met de wettelijke indexering, tenzij partijen samen iets anders hebben afgesproken. Lees hier meer over dit onderwerp.

Hoelang duurt de onderhoudsplicht?

De onderhoudsplicht van ouders en stiefouders duurt totdat het kind 21 jaar is. De verplichting blijft dus nog drie jaar bestaan nadat het kind meerderjarig is geworden.

Heeft u vragen of wilt u een berekening laten maken? Bel of mail dan met Hedy Bollen.


Noten

(1) Het zou niet eerlijk zijn om de woonlastencomponent in de bijstandsnorm tot uitgangspunt te nemen. Immers, woonlasten zijn doorgaans de grootste hap van iemands vaste lasten. Daarom zijn de woonlasten op forfaitaire wijze gerelateerd aan het werkelijke netto inkomen per maand, door deze op 30% daarvan te stellen.

(2) Lees ook: kinderalimentatie ‘eeuwig dilemma’. En zie bijvoorbeeld deze uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 april 2018.

Hier is een link naar de Tremanormen 2018.


De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld als algemene informatie en er kunnen geen rechten aan deze informatie worden ontleend. Wij doen ons best om de informatie op de site actueel te houden, maar wij staan niet in voor de juistheid en volledigheid daarvan en aanvaarden ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade als gevolg van gebruik van informatie op de site.