Kinderalimentatie

Ouders zijn verplicht om financieel voor hun kinderen te zorgen. Daarom moet de ouder die het meest verdient, na de scheiding vaak kinderalimentatie betalen aan de ouder met het lagere inkomen.

Welke regels gelden er eigenlijk voor kinderalimentatie en hoe wordt die berekend?

Wie is onderhoudsplichtig? 

Allereerst: wie zijn onderhoudsplichtig voor de kinderen? De ouders natuurlijk, maar ook een eventuele stiefouder. Het kan dus zijn dat niet twee, maar drie of vier personen moeten betalen voor het levensonderhoud van een kind. Voorbeeld. U en uw ex-partner hebben twee kinderen en u bent allebei opnieuw getrouwd. Voor de kinderen geldt een co-ouderschapsregeling. De nieuwe partners zijn dan ook onderhoudsplichtig voor de kinderen.

Behoefte

Bij kinderalimentatie moeten we twee zaken berekenen: aan de ene kant de behoefte van het kind en aan de andere kant de draagkracht van de ouders. De behoefte van een kind wil zeggen: dat wat een kind gemiddeld per maand kost. De behoefte van het kind is (logisch) meteen ook de maximale alimentatie. Hiervoor zijn Nibud-tabellen. Die laten zien hoeveel er maandelijks wordt uitgegeven aan de kinderen, afhankelijk van het gezinsinkomen, het aantal kinderen en hun leeftijd. Belangrijk: het netto besteedbare gezinsinkomen vlak vóór de scheiding bepaalt de behoefte van het kind. Waarom gaan we uit van dat ‘oude’ gezinsinkomen? Dat is om het kind min of meer dezelfde levensstandaard te laten houden. Tenminste, als dat financieel mogelijk is.

Óf dat mogelijk is, bepaalt vervolgens de draagkracht van de ouders ná de scheiding.

Draagkracht

De draagkracht van een ouder betekent: hoeveel geld heeft een ouder na de scheiding om uit te geven aan de kinderen? Daarvoor kijken we enerzijds naar wat die ouder netto per maand verdient of aan uitkering krijgt, en anderzijds wat hij/zij minimaal nodig heeft om zelf van te leven. De verschil daartussen heet vrije ruimte. De hoofdregel is dat 70% van die vrije ruimte voor de kinderen is bestemd, zodat 30% overblijft voor de ouder zelf.

Rekenformule

Het berekenen van de draagkracht is in 2013 vereenvoudigd. Er wordt niet meer gerekend met de werkelijke kosten van wonen en premies voor ziektekosten. In plaats daarvan zijn deze kosten op een forfaitaire (= vaste) manier verwerkt in een rekenformule.

Die formule luidt: draagkracht = netto inkomen -/- (woonlasten + € 905) en daarvan 70%. Dat lijkt misschien eerst ingewikkeld maar is het bij nader inzien niet. Kijk maar.

De basis is het netto inkomen van de ouder, het inkomen na betaling van belasting dus. Daarvan wordt afgetrokken het bedrag dat die ouder minimaal nodig heeft om zelf van te leven. Dat bedrag is vastgesteld op € 905 te vermeerderen met 30% van het netto inkomen aan woonlasten. Het bedrag van € 905 is de bijstandsnorm voor een alleenstaande maar dan zonder de component woonlasten. De woonlasten worden vervolgens afgeleid van het werkelijke netto inkomen door 30% daarvan te nemen (noot 1). Het verschil tussen het netto inkomen en de € 905 + woonlasten, is de vrije ruimte waarvan 70% naar de kinderen gaat.

Schulden

Wat als degene die alimentatie moet betalen schulden heeft? In de rekenformule hierboven is daar geen rekening mee gehouden.

De hoofdregel is dat we bij het berekenen van het maandbedrag aan kinderalimentatie rekening houden met wat iemand per maand moet aflossen aan schulden. Het bedrag wat iemand zelf nodig heeft om van te leven (€ 905 + 30% netto inkomen) wordt daarmee opgehoogd, zodat de overblijvende vrije ruimte minder wordt. Maar pas op: niet elke schuld telt zomaar mee! Er wordt kritisch gekeken om wat voor soort schulden het gaat. Kort gezegd moeten het schulden zijn die niet-verwijtbaar en niet-vermijdbaar zijn (noot 2).

Hoge/lage woonlasten en schulden 

Wat als de woonlasten in werkelijkheid veel hoger of lager zijn dan 30% van het netto inkomen? Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat een ex-partners na een scheiding tijdelijk dubbele woonlasten heeft. En soms heeft iemand een tijdje niet of nauwelijks woonlasten, bijvoorbeeld doordat hij/zij bij familie inwoont.

De rekenformule kan in dat soort gevallen onredelijk uitpakken. Daarom worden bij dubbele woonlasten toch vaak de werkelijke lasten meegeteld in plaats van het forfait. Datzelfde gebeurt soms bij extreem lage woonlasten (zie ons eerdere blog).

Verdelen draagkracht 

Als duidelijk is hoeveel draagkracht elke ouder heeft en als ze samen genoeg draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, moet hun draagkracht eerlijk – dat wil zeggen: naar rato – over de behoefte worden verdeeld. Een eenvoudig voorbeeld: de man heeft 400 euro draagkracht, de vrouw 200 euro. Er is 1 kind. De behoefte van het kind is 500 euro. De draagkracht wordt dan als volgt naar rato verdeeld. Draagkracht man: 400/600 x 500 = 333. Draagkracht vrouw: 200/600 x 500 = 166.  De man moet dus voor € 333 en de vrouw voor € 166 bijdragen in de kosten van het kind.  Let op: als de ouders samen te weinig draagkracht hebben om in de behoefte van het kind te voorzien, valt er niks naar rato te verdelen en gaat de draagkracht volledig naar het kind.

Zorgkorting

Maar dan zijn we er nog niet, want we moeten ook rekening houden met hoe de zorg voor de kinderen is verdeeld (omgangsregeling). Immers, de alimentatiebetaler zorgt zelf doorgaans ook een of meer dagen per week voor de kinderen. Afhankelijk van hoeveel dagen dat zijn, krijgt de alimentatiebetaler een korting op de alimentatie (zorgkorting). Concreet: bij een dag per week is de korting 15% van de behoefte van het kind, bij twee dagen per week 25% en bij 3 dagen 35%.

In het eenvoudige voorbeeld van hierboven: stel de man zorgt 1 dag per week voor het kind. Hij krijgt dan een zorgkorting van 15% van de behoefte, dat is (15% van 500) is 75 euro. De man betaalt dan 333 -/- 75 = 258 euro alimentatie aan de vrouw.

Let op: de volledige korting geldt alleen als er bij de ouders samen genoeg draagkracht is om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Als er te weinig draagkracht is, wordt de korting ook minder, en kan zelfs nul zijn.

Samenstelde gezinnen 

Bij samengestelde gezinnen kan de berekening behoorlijk ingewikkeld worden. Bijvoorbeeld. U en uw ex hebben twee kinderen, de kinderen wonen bij u en u bent opnieuw getrouwd. Uw ex is ook hertrouwd, de nieuwe partner heeft al een kind uit een vorige relatie dat bij hen woont en zelf hebben ze onlangs ook een kind gekregen. Voor uw kinderen zijn dus drie personen onderhoudsplichtig: u, uw ex en uw huidige partner. Maar uw ex is niet alleen onderhoudsplichtig voor uw kinderen, maar ook voor het kind van zijn nieuwe partner en het kind dat hij samen met die partner heeft. De nieuwe partner van uw ex is uiteraard onderhoudsplichtig voor haar twee kinderen.

Voor een alimentatieberekening zijn in zo’n geval de (inkomens)gegevens van vier partijen nodig. Eerst moet dan de behoefte van alle betrokken kinderen worden uitgerekend. Die kan per kind verschillend zijn, logisch, omdat de kinderen uit verschillende gezinnen met verschillende inkomens komen.

De hoofdregel is vervolgens dat de draagkracht van een ouder gelijk wordt verdeeld over alle kinderen voor wie die ouder moet betalen, behalve als er een aantoonbaar verschil is in de behoefte van de kinderen. Als dat laatste het geval is, wordt de draagkracht naar rato behoefte verdeeld.

Hoe spreek ik alimentatie af? 

De meeste mensen gaan naar een mediator of advocaat voor het maken van afspraken over de alimentatie. Een mediator of advocaat beschikt over rekenprogramma’s waarmee de alimentatie berekend kan worden. Vaak lukt het wel om op deze manier samen afspraken te maken. Als dat niet lukt, kan de rechter een beslissing nemen.

Wanneer kan de alimentatie worden gewijzigd? 

De alimentatie kan worden gewijzigd als de omstandigheden veranderen. Bijvoorbeeld: degene die alimentatie moet betalen wordt werkloos en heeft minder inkomen. Of bijvoorbeeld: degene die alimentatie ontvangt, gaat hertrouwen waardoor ook de nieuwe partner onderhoudsplichtig wordt. De alimentatie kan ook worden gewijzigd als er een fout gemaakt is bij het vaststellen ervan.

Trema-normen

De regels voor het berekenen van (kinder)alimentatie staan in de zogenaamde Trema-normen, die zijn opgesteld door een groep deskundige rechters. Deze normen fungeren als leidraad voor rechters die moeten beslissen over alimentatiezaken. De rechter is niet verplicht om zich aan deze normen te houden, maar in de praktijk gebeurt dat meestal wel.

Heeft u vragen of wilt u een berekening laten maken? Bel of mail dan met Hedy Bollen.


Noten

(1) Het zou niet eerlijk zijn om de woonlastencomponent in de bijstandsnorm tot uitgangspunt te nemen. Immers, woonlasten zijn doorgaans de grootste hap van iemands vaste lasten. Daarom zijn de woonlasten op forfaitaire wijze gerelateerd aan het werkelijke netto inkomen per maand, door deze op 30% daarvan te stellen.

(2) Voorbeeld: als iemand die alimentatie moet betalen zonder noodzaak een tweede auto koopt en daarvoor een lening afsluit bij de bank, zal de (aflossing op) deze schuld niet mogen meetellen bij het berekenen van de alimentatie.

Lees ook: kinderalimentatie ‘eeuwig dilemma’.