Co-ouderschap

Co-ouderschap, we hebben allemaal wel een idee wat dat inhoudt: gescheiden ouders die de zorg voor hun kinderen min of meer gelijk verdelen. Gelijk betekent dan vooral gelijk in tijd. Kinderen wonen de helft van de tijd bij hun moeder, de andere helft bij hun vader.

Cijfers laten zien dat ongeveer een kwart van de mensen dat nu gaan scheiden, kiest voor co-ouderschap. Co-ouderschap is in opkomst, een trend.

Maar wat zegt de wet eigenlijk over co-ouderschap? Bestaat er zoiets als een recht op co-ouderschap en wat zijn de financiële gevolgen ervan? En ook: is co-ouderschap beter voor een kind dan een weekendregeling?

Wat zegt de wet over co-ouderschap?

Allereerst, de letterlijke term co-ouderschap komt in de wet niet voor. Wel staat sinds 2009 in de wet dat een kind ook na een scheiding recht houdt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (1). Bedoeling was om expliciet afscheid te nemen van de praktijk, waarin de moeder bij scheiding automatisch de kinderen kreeg en de vader genoegen moest nemen met een weekendregeling.

Gelijkwaardig ouderschap dus als wettelijke norm. Maar impliceert die norm ook dat een ouder altijd recht heeft op co-ouderschap, in de zin van een gelijke verdeling in tijd met de kinderen?

Is er recht op co-ouderschap?

Het antwoord is: nee, zo simpel ligt het niet.

Ten eerste kunnen er natuurlijk allerlei praktische obstakels zijn voor zo’n gelijke verdeling. Denk aan de situatie dat een van de ouders weinig tijd heeft om voor de kinderen te zorgen. Of de situatie dat de ouders ver bij elkaar vandaan wonen.

Maar er kunnen ook andere belemmeringen zijn. Bijvoorbeeld dat ouders slecht met elkaar communiceren en steeds conflicten met elkaar hebben over de kinderen. In zo’n situatie kan het beter zijn dat een kind één hoofdverzorger heeft in plaats van twee.

Wanneer is co-ouderschap een goede optie?

In zijn algemeenheid kun je zeggen dat co-ouderschap een goede optie wanneer de ouders goed met elkaar kunnen overleggen over de kinderen. Ouders moeten elkaar de kinderen ‘gunnen’ en snappen dat het voor een kind belangrijk is een hechte band met beide ouders te hebben. Een voorwaarde voor een goed functionerend co-ouderschap lijkt dus een goede communicatie tussen de ouders.

Daarnaast moeten ouders natuurlijk dichtbij elkaar wonen, zodat de kinderen vanuit beide adressen naar school, sport en clubs kunnen.

Is co-ouderschap beter voor kinderen dan een weekendregeling?

Co-ouderschap is een relatief nieuw fenomeen. Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar de effecten ervan. Die onderzoeken laten verschillende uitkomsten zien, zoals meestal wanneer we proberen een complexe werkelijkheid te meten.

Uit een aantal onderzoeken blijkt dat het met kinderen die opgroeien in co-oudergezinnen, beter gaat dan met kinderen die een andere regeling hebben. Maar uit andere onderzoeken blijkt weer dat juist kinderen met co-ouders soms meer problemen ervaren dan andere kinderen, omdat ze meer worden geconfronteerd met de meningsverschillen tussen hun ouders (2).

Over twee dingen is iedereen het wel eens. Kinderen zijn gebaat bij regelmatig contact met beide ouders én het is voor kinderen erg belastend wanneer hun ouders veel conflicten hebben.

De vraag is dan wat in de praktijk het zwaarst moet wegen. Het voordeel van (even)veel tijd doorbrengen met beide ouders of zorgen dat een kind zo min mogelijk met ruziënde ouders wordt geconfronteerd?

Het verstandigste antwoord luidt ongetwijfeld: dat hangt af van de situatie. Een zorgverdeling blijft altijd maatwerk en is afhankelijk van veel factoren: karakters, persoonlijke leefomstandigheden, gezinssystemen enzovoort.

Wat als ouders er niet uitkomen?

Het is aan ouders zélf om de norm van gelijkwaardig ouderschap in te vullen voor hun specifieke situatie. Dat moeten ze doen door afspraken te maken in het verplichte ouderschapsplan. Komen ze daar samen echt niet uit, dan kan de rechter een regeling vaststellen.

Wel of geen kinderalimentatie?

Betekent co-ouderschap dat ouders ook de kosten van de kinderen gelijk moeten verdelen? Anders gezegd: is er bij co-ouderschap geen alimentatieplicht?

Het antwoord luidt: nee, ook bij co-ouderschap moet de ouder met de meeste financiële draagkracht in beginsel kinderalimentatie betalen aan de ouder met de minste draagkracht. Alimentatie wordt namelijk berekend naar rato van de draagkracht van de ouders.

Als u gaat scheiden zal uw mediator of advocaat doorgaans een alimentatieberekening maken op basis van de Tremanormen. Maar als u samen andere afspraken wilt maken, dan kan dat, bijvoorbeeld u verdeelt de kosten fiftyfifty ondanks een verschil in draagkracht. Over de consequenties van dit soort afspraken moet u zich wel goed laten voorlichten.

Toeslagen

Een kind kan maar bij één ouder ingeschreven staan. In principe heeft die ouder recht op de toeslagen in verband met de kinderen. Denk aan de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de kinderopvangtoeslag en de huurtoeslag. Bij co-ouderschap gelden echter speciale regelingen.

Als co-ouder kunt u de Sociale Verzekeringsbank desgewenst vragen de kinderbijslag aan beide ouders te betalen. En u kunt allebei kinderopvangtoeslag en huurtoeslag aanvragen. Het kindgebonden budget kan alleen worden verdeeld als er meer dan een kind is.

Op de site van de belastingdienst en het Nibud staat meer informatie over toeslagen en co-ouderschap.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een korting op de inkomensbelasting voor  een bepaalde categorie werkende mensen met kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar. Uitgangspunt is dat het kind ingeschreven moet staan bij de ouder die aanspraak maakt op de korting. Maar ook hier geldt voor co-ouders een speciale regeling. Kort samengevat houdt die regeling in dat een kind minstens drie dagen per week bij u moet wonen, wilt u aanspraak kunnen maken op de korting.

Op de site van de belastingdienst staat meer informatie over dit onderwerp.


(1) Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, in werking getreden op 1 maart 2009

(2) Zie een recente publicatie van het Nederlands Jeugdinstituut: ‘Wat werkt bij scheiding?’: https://www.nji.nl/Scheiding-Praktijk-Wat-werkt. En zie een artikel in NRC van 23 februari 2018 over de effecten co-ouderschap: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/23/ieder-de-helft-a1593091