Partneralimentatie

Als u gaat scheiden moet de ex-partner die het meest verdient, misschien partneralimentatie betalen aan degene die het minst verdienent. Omdat vrouwen vaak in deeltijd werken en daardoor een lager inkomen hebben dan mannen, zijn zij meestal de ontvangende partij.

Welke regels gelden er voor partneralimentatie en hoe moet je die berekenen? We beginnen met een paar hoofdregels.

Kinderalimentatie gaat voor

Kinderalimentatie gaat altijd voor. Daarom wordt eerst de kinderalimentatie berekend. Pas als er dan nog financiële ruimte over is, komt partneralimentatie aan bod.

12 jaar tenzij

Het recht op partneralimentatie duurt volgens de huidige wet 12 jaar, te rekenen vanaf de datum van de echtscheiding. Dat is alleen anders als het huwelijks korter dan 5 jaar heeft geduurd en er geen kinderen zijn; in dat geval is er recht op partneralimentatie voor de tijd dat het huwelijk heeft geduurd. Dus: als het huwelijk 3 jaar heeft geduurd en er zijn geen kinderen, duurt het recht op partneralimentatie 3 jaar.

Behoefte 

Voor het berekenen van de alimentatie wordt eerst gekeken hoe hoog de behoefte is. Behoefte wil zeggen: wat heeft iemand nodig om van te kunnen leven. Let op: de behoefte wordt afgemeten aan de levensstandaard van de partners tijdens het huwelijk. In de praktijk wordt daarom het netto besteedbare gezinsinkomen van vlak voor de scheiding genomen. Je kunt dan globaal zeggen: 60% daarvan is de behoefte van een alleenstaande (geen 50%, want een alleenstaande is doorgaans duurder uit dan samenwoners). Soms ook wordt de behoefte gedetailleerd uitgerekend aan de hand van het feitelijke inkomsten- en uitgavenpatroon tijdens het huwelijk. Hier kan – logisch – veel discussie over ontstaan.

Vervolgens wordt gekeken hoeveel eigen inkomsten de alimentatiegerechtigde na de scheiding heeft. Die worden van de behoefte afgetrokken. Het resultaat is de maximale (netto) partneralimentatie.

Is er draagkracht?

De volgende stap is: wat kan de alimentatieplichtige betalen? Daarvoor wordt eerst berekend wat iemand minimaal nodig heeft om zelf van te leven. Denk aan de vaste lasten van eten, drinken, wonen, ziektekostenverzekering, aflossing op eventuele schulden enzovoort.

Het verschil tussen wat iemand minimaal nodig heeft en wat hij werkelijk heeft, is de draagkrachtruimte. 40% daarvan mag iemand zelf houden, 60% is voor partneralimentatie. Maar pas op: kinderalimentatie gaat altijd voor. In de praktijk is die 60% dan ook vaak niet beschikbaar.

Trema-normen

De regels voor het berekenen van alimentatie staan in de zogenaamde Trema-normen, die zijn opgesteld door een groep rechters. Deze normen fungeren als leidraad voor rechters die moeten beslissen over alimentatiezaken. De rechter is niet verplicht om zich aan deze normen te houden, maar in de praktijk gebeurt dat vaak wel.

Het berekenen van partneralimentatie is eigenlijk altijd maatwerk. Uw hele financiële situatie wordt in kaart gebracht. Voor een berekening zijn dus veel gegevens nodig.

Hier is een lijst met stukken waar u advocaat of mediator om zal vragen.

Manieren op de alimentatie vast te leggen

U kunt samen met uw ex-partner afspraken maken over de hoogte van de alimentatie. Dit gebeurt meestal in overleg met een advocaat of mediator. Bent u het niet met elkaar eens? Dan kan de rechter een bedrag vaststellen.

Wijzigen van de alimentatie

Een alimentatieberekening is eigenlijk een momentopname.  Daarom kunt u een wijziging van de alimentatie vragen als de (financiële) situatie van één van de partijen wijzigt. Bijvoorbeeld: degene die alimentatie moet betalen gaat (buiten zijn schuld) minder verdienen. Of degene die alimentatie ontvangt, krijgt een baan. Of: degene die alimentatie moet betalen krijgt een kind uit een nieuwe relatie.

Soms spreken ex-partners met elkaar af dat de alimentatie niet gewijzigd kan worden, behalve in zeer bijzondere omstandigheden. Dat heet een niet-wijzigingsbeding. Het voordeel van zo’n afspraak is dat hij rust creëert. De keerzijde is dat iemands situatie zodanig kan veranderen, bijvoorbeeld door het verlies van een baan, dat hij of zij de alimentatie – die dus in principe vaststaat! – niet of nauwelijks meer kan betalen. Het is dus zaak heel goed na te denken over de wenselijkheid en de gevolgen van een niet-wijzigingsbeding.

Einde alimentatie bij samenwonen

Volgens de wet eindigt het recht op partneralimentatie definitief wanneer de alimentatiegerechtigde gaat hertrouwen of gaat samenwonen alsof men was getrouwd. Soms maken mensen in het echtscheidingsconvenant een iets andere afspraak. Bijvoorbeeld: als de alimentatiegerechtigde gaat samenwonen en die samenleving zou binnen een jaar weer eindigen, dan ontstaat er opnieuw recht op alimentatie. Op die manier kan er ‘op proef’ worden samengewoond zonder dat iemand meteen definitief zijn recht op partneralimentatie verspeelt.

Alimentatie eindigt ook – logisch – als de alimentatiegerechtigde zoveel is gaan verdienen dat er geen behoefte meer is aan alimentatie (zie boven bij behoefte).

Indexering

De alimentatie wordt jaarlijks aangepast aan de loonstijgingen. Dit heet de indexering van alimentatie. In november stelt de overheid het percentage vast waarmee de bedragen voor partneralimentatie op 1 januari van het nieuwe jaar automatisch wijzigen.

Geregistreerd partnerschap

Voor mensen die een geregistreerd partnerschap hebben, gelden de bovenstaande regels op precies dezelfde manier als bij mensen die getrouwd zijn.

Samenwonen

Bij mensen die hebben samengewoond, is geen recht op partneralimentatie, tenzij daar in het samenlevingscontract speciale afspraken over zijn gemaakt.

Wetswijziging?

Er ligt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat het hele systeem van partneralimentatie ingrijpend wijzigt. Zie onze blogs over dit onderwerp.

alimentatie