Partneralimentatie: wat is dat eigenlijk?

Volgens de wet hebben echtgenoten tijdens hun huwelijk de plicht om financieel voor elkaar te zorgen. Die verplichting blijft nog een tijdlang gelden wanneer partijen gaan scheiden. De gedachte hierachter is dat het huwelijk gebaseerd is op onderlinge solidariteit en dat die solidariteit nog een tijd doorwerkt nadat het huwelijk is beëindigd.

Daarom kan het zijn dat de meestverdienende partner na de scheiding moet (blijven) bijdragen in het levensonderhoud van partner met het lagere inkomen.

In verreweg de meeste gevallen is de vrouw de ontvangende partij, omdat mannen gemiddeld meer verdienen dan vrouwen en vrouwen een groter deel van de zorgtaken (voor de kinderen) op zich nemen.

Hoe bereken je partneralimentatie?

Voor het berekenen van partneralimentatie zijn regels, de zogenaamde Tremanormen. De rechter is niet verplicht om deze normen toe te passen, maar in de praktijk gebeurt dat doorgaans wel.

Hieronder worden de hoofdlijnen van de Tremanormen uitgelegd.

Partneralimentatie: de hoofdregels van de Tremanormen

Kinderalimentatie gaat voor

Kinderalimentatie gaat altijd voor. Daarom wordt eerst de kinderalimentatie berekend. Alleen wanneer er dan nog ruimte over is, komt partneralimentatie aan bod.

Twaalf jaar, tenzij …

Het recht op partneralimentatie duurt volgens de huidige wet twaalf jaar, te rekenen vanaf de datum van de echtscheiding. Dat is alleen anders wanneer het huwelijk korter dan vijf jaar heeft geduurd en wanneer er geen kinderen zijn. In dat geval is de alimentatieduur gelijk aan de duur van het huwelijk. Dus als een kinderloos huwelijk drie jaar heeft geduurd, is er gedurende drie jaar recht op partneralimentatie.

Wet Herziening partneralimentatie

Intussen heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de duur van de partneralimentatie verkort. De kern van de nieuwe wet luidt: twaalf jaar wordt vijf jaar, behalve voor een aantal (kwetsbare) groepen alimentatiegerechtigden. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2020 in werking treedt. De nieuwe regels gelden alleen voor nieuwe gevallen, dus voor mensen die gaan scheiden wanneer de wet al in werking is getreden. Lees hier meer over de nieuwe regels. Behalve de duur van alimentatieplicht, verandert er niets.

Basis: behoefte en draagkracht

De Tremanormen zijn gebaseerd op twee basisbegrippen: de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige. Simpel gezegd: hoeveel geld heeft de alimentatiegerechtigde nodig en hoeveel geld kan de alimentatieplichtige missen?

Behoefte van de alimentatiegerechtigde

Bij het berekenen van partneralimentatie wordt eerst uitgerekend welk bedrag de alimentatiegerechtigde ná de scheiding nodig heeft om van te kunnen leven. Dit wordt de behoefte genoemd.

De behoefte wordt afgemeten aan de levensstandaard van de partners tijdens het huwelijk. In de praktijk wordt daarom het netto besteedbare gezinsinkomen van vlak vóór de scheiding genomen.

Globaal kun je stellen dat de behoefte van een alleenstaande 60 procent van dat voormalige netto gezinsinkomen bedraagt (geen 50 procent, want een alleenstaande is duurder uit dan mensen die samenwonen).

Echter als één van de ex-partners het niet eens is met deze 60 procent-regel, moet de behoefte gedetailleerd worden uitgerekend aan de hand van het feitelijke inkomens- en uitgavenpatroon tijdens het huwelijk. Dit is een tijdrovende exercitie, waar veel discussie over kan ontstaan. Hier is een voorbeeld van een behoeftelijst: behoeftelijst.pdf (108 downloads)

Als de behoefte is bepaald, wordt vervolgens gekeken hoeveel eigen inkomen de alimentatiegerechtigde heeft of op termijn geacht kan worden te verwerven. Een belangrijk uitgangspunt is dat de alimentatiegerechtigde verplicht is om zoveel mogelijk in het eigen levensonderhoud te voorzien. Deze inspanningsverplichting zal zo nodig moeten worden onderbouwd, bijvoorbeeld met sollicitaties.

De eigen netto inkomsten van de alimentatiegerechtigde worden van de behoefte afgetrokken. Het resultaat heet in alimentatietermen behoeftigheid. Behoeftigheid is wat de alimentatieplichtige maximaal moet betalen.

Draagkracht van de alimentatieplichtige

Vervolgens wordt de draagkracht van de alimentatieplichtige berekend. Anders gezegd: welke financiële ruimte heeft hij of zij om alimentatie te betalen? Daarvoor wordt eerst het netto inkomen bepaald. Daarna wordt gekeken wat de alimentatieplichtige minimaal nodig heeft om zelf van te leven. Het uitgangspunt daarbij is de bijstandsnorm, gecorrigeerd met de werkelijke woonlasten en premie ziektekostenverzekering.

Het verschil tussen het netto inkomen en de minimale eigen behoefte van de alimentatieplichtige, is de draagkrachtruimte. Veertig procent daarvan mag de alimentatiebetaler zelf houden, zestig procent geldt als bestemd voor partneralimentatie. Zoals gezegd gaat kinderalimentatie altijd voor. Daarom is die zestig procent vaak niet of maar gedeeltelijk beschikbaar.

Partneralimentatie: een kwestie van behoefte en draagkracht.

Maatwerk

Het berekenen van partneralimentatie is eigenlijk altijd maatwerk. De financiële situatie aan beide kanten wordt volledig in kaart gebracht. Voor een berekening zijn daarom veel gegevens nodig. Onderaan deze pagina kunt u een lijst met gegevens downloaden, waar uw advocaat of mediator om zal vragen.

Manieren om de alimentatie vast te leggen

U kunt samen met uw ex-partner afspraken maken over de hoogte van de alimentatie. Dit gebeurt meestal met hulp van een advocaat of mediator. Vaak lukt het wel om afspraken te maken. Bent u het niet met elkaar eens? Dan kan een van de ex-partners de rechter vragen om een bedrag vast te stellen.

Afwijken van de wettelijke normen

U bent vrij in welk bedrag u met elkaar afspreekt. Dat bedrag mag dus afwijken van de wettelijke normen. U mag ook een afwijkende alimentatieduur afspreken, bijvoorbeeld maximaal vijf jaar in plaats van twaalf jaar. U mag ook specifieke afspraken maken over of en wanneer de alimentatie kan worden gewijzigd.

Maar pas op, als u welbewust afwijkt van de wettelijke normen, heeft dat consequenties voor de mogelijkheid om nadien – mochten de omstandigheden veranderen – de alimentatie te (laten) wijzigen (zie hierna).

Wijzigen van de alimentatie

Een alimentatieberekening is feitelijk een momentopname. Daarom zegt de wet dat de alimentatie gewijzigd kan worden wanneer de situatie zodanig verandert dat het geldende bedrag niet meer overeen komt met de normen. Bijvoorbeeld, de alimentatiebetaler raakt zijn baan kwijt met als gevolg een inkomensdaling. Of degene die alimentatie ontvangt, gaat meer uren werken en krijgt daardoor minder behoefte aan alimentatie. Of de alimentatiebetaler krijgt een kind uit een nieuwe relatie, waardoor hij meer kinderkosten krijgt.

De alimentatie kan ook gewijzigd worden wanneer de ex-partners een bedrag hebben afgesproken dat substantieel afwijkt van het bedrag gebaseerd op de wettelijke normen. Voorwaarde in dit geval is wel dat de partners zich hier niét van bewust zijn geweest, dat ze niet wisten dat toepassing van de Tremanormen een andere uitkomst zou hebben gegeven.

Als de ex-partners welbewust een bedrag afspreken dat afwijkt van de wettelijke normen, kan dat bedrag in beginsel niet meer worden gewijzigd. Hetzelfde geldt wanneer er een afwijkende alimentatieduur wordt afgesproken. Wijziging is dan alleen mogelijk wanneer er iets zeer uitzonderlijks verandert qua omstandigheden.

Soms spreken de ex-partners expliciet met elkaar af dat de alimentatie niet gewijzigd kan worden, behalve in zeer uitzonderlijke omstandigheden. Dat heet een niet-wijzigingsbeding. Een voordeel van een dergelijke afspraak is dat deze rust creëert. Een nadeel is dat de situatie onverhoopt toch zodanig kan veranderen, dat instandhouding van de afspraak eigenlijk zeer ongewenst is.

Zowel het bewust afwijken van de normen als het afspreken van een niet-wijzigingsbeding, heeft dus ingrijpende consequenties. Hierover moet vooraf goed worden nagedacht.

Partneralimentatie: een kwestie van maatwerk.

Einde alimentatie bij hertrouwen of samenwonen

Volgens de wet eindigt het recht op partneralimentatie definitief wanneer de alimentatiegerechtigde gaat hertrouwen, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen alsof men was getrouwd. Lees hier ons blog over dit onderwerp.

Soms maken de ex-partners in hun echtscheidingsconvenant een iets andere afspraak. Bijvoorbeeld: als de alimentatiegerechtigde zou gaan samenwonen en die samenleving zou binnen een jaar weer eindigen, ontstaat er opnieuw recht op alimentatie. Op die manier kan er ‘op proef’ worden samengewoond zonder dat de alimentatiegerechtigde direct definitief het recht op partneralimentatie verliest.

Indexering

De alimentatie wordt jaarlijks aangepast aan de loonstijgingen. Dit heet de indexering van alimentatie. In november van elk jaar stelt de overheid het percentage vast waarmee de alimentatiebedragen op 1 januari van het nieuwe jaar automatisch wijzigen.

Fiscaal

Voor degene die alimentatie betaalt is dit (bruto) bedrag aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De alimentatieontvanger moet inkomstenbelasting betalen over de alimentatie.

Geregistreerd partnerschap

Voor ex-geregistreerde partners gelden precies dezelfde regels als voor ex-echtgenoten.

Samenwonen

Ex-samenwoners hebben geen aanspraak jegens elkaar op partneralimentatie, tenzij ze daar in hun samenlevingscontract afspraken over hebben gemaakt.


Noot 1: Voor de inkomensverschillen tussen mannen en vrouw lees de Emancipatiemonitor 2016 en de update Vrouwen versnellen de inkomensgroei van tweeverdieners.

LIJST-met-gegevens-partneralimentatie (98 downloads)

De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld als algemene informatie en er kunnen geen rechten aan deze informatie worden ontleend. Wij doen ons best om de informatie op de site actueel te houden, maar wij staan niet in voor de juistheid en volledigheid daarvan en aanvaarden ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade als gevolg van gebruik van informatie op de site.