Tag: toernooimodel

Tegengif

17 augustus 2019 familierecht, Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Tegengif

Tegengif

Soms vind ik het niet gemakkelijk om advocaat te zijn en dat heeft niets te maken met de groeiende complexiteit van het vak. Mijn ongemak komt voort uit het feit dat elke zaak op een keiharde strijd kan uitdraaien, hoezeer ik ook mijn best doe om dat te voorkomen. Een strijd waarbij alle middelen worden ingezet voor dat eendimensionale einddoel: winnen.

Terwijl juist het familierecht weinig echte winnaars kent (wel veel verliezers). En ik van nature gevoelig ben voor andermans leed. Ik heb daarom een sterke behoefte aan tegengif. Een tegengif om zacht te blijven. Het hart zacht te houden als ik thuiskom van iets wat lijkt op een strijdtoneel.

Bruine ogen

Mijn tegengif kwispelt en heeft bruine ogen. Mag ik u voorstellen? Peddel, de bruine labrador, gevoeligste ziel op aarde, zwembeest. Mika, de oudduitse herder, indrukwekkende verschijning, sterk & slim. En Billie Parker, het franse bulldogje, als lieve grappige benjamin. Klopt, een wonderlijke (volkomen toevallige) combinatie. Maar eentje die uitstekend past.

Het zijn deze lieve, altijd opgewekte wezens die ervoor zorgen dat ik dagelijks een shot onversneden liefde krijg. En terug mag geven. Als ik thuiskom na een werkdag die te zwaar beladen was, krijg ik domweg de kans niet te gaan zitten somberen op de bank. Ik moet aan de bak, en wel meteen.

Eigenlijk hoef ik alleen maar naar ze te kijken – die blije koppies, die zwaaiende staarten – en alle zware gedachten laten los, dwarrelen het hoofd uit, klaar om te worden weggeblazen. Ik pak de riemen, de handdoeken, de balletjes, ik laad het trio in de auto, en daar gaan we, óp naar het water. Een hele onderneming, niet in het minst vanwege de after-party (alles en iedereen afdrogen), maar we worden er collectief vrolijk van (en lekker moe). Het zachte-hart-gevoel heeft dan definitief gewonnen.

Gezond

Een bekend verhaal natuurlijk: uit bergen wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het hebben van een hond gezond is, zowel fysiek als mentaal. De hond geeft structuur aan het dagelijkse leven van zijn baas en is tegelijk een oxytocinetrigger van jewelste.

Als de baas het moeilijk heeft, boos of verdrietig of eenzaam is, kan een hond de pijn verzachten. Vroeger waren er alleen hulphonden voor praktische zaken. Tegenwoordig worden honden ook opgeleid om mensen met PTTS, epilepsie en autisme te helpen. Kwetsbare kinderen krijgen een buddyhond. In Rotterdam mag bij het verhoor van slachtoffers van ernstige zedenmisdrijven een aaihond aanwezig zijn. Een hond op kantoor leidt tot een verbeterde werksfeer én lager ziekteverzuim. En rechter Romke de Vries die blind is en meer dan 35 jaar rechter was, verklaarde dat zijn geleidehonden meestal een ‘ongedwongen, haast huiselijke sfeer in de rechtszaal’ creëerden.

Een ding is zeker: honden beschikken over gaven die (mede)mensen niet hebben.

Waarom niet?

Dus waarom doen we dat eigenlijk niet? Honden in de rechtspraak. Je komt het gerechtsgebouw binnen, bent de bewaking gepasseerd en meld je vervolgens bij de bode met zijn blonde labrador. Geheid dat bij veel mensen al iets van hun spanning wegebt. En wie het prettig vindt om een hond in de rechtszaal te hebben, heeft dat vooraf kunnen aangeven. Als de wederpartij hetzelfde heeft gedaan, dan tref je aldaar een zacht wezen met bruine ogen, waarin een wonderlijk soort wijsheid lijkt te liggen.

Ik ben vóór!

Ik draag deze blog op aan onze allerliefste Mika (19 augustus 2010 – 28 juli 2019). Waakbaby, zangbeer, speurneus. We missen je enorm, lieve Maus.  

 

 

 

 

 

 

 

De Jongen

5 februari 2018 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor De Jongen

DE MIDDELSTE

Er was eens een Jongen.

Hij werd geboren tussen twee wereldoorlogen in een Achterhoek van het land. Zijn ouders waren boeren. Ze hadden het niet breed. Het was een hard geploeter, met hun dieren, op het land.

Vijf monden hadden ze te voeden. De Jongen had één zuster en drie broers.

Twee broers waren driftig, ze hadden blonde kuiven en brutale ogen. Net als jonge paarden hield men ze moeilijk in het gareel. De oudste was een meisje, gelukkig groot van stuk. Ze leek soms op een molen, wanneer ze wiekend met haar armen de wilde broers op afstand hield. De benjamin, een zacht nakomend kind, hield veeleer van muziek dan van het boerenleven.

De Jongen was de middelste, de nummer drie. Aan hem was niks bijzonders. Behalve wanneer de anderen vochten, dan nam hij zijn positie in … hij sprong er altijd tussenin.

Oorlog

Er kwam een oorlog die een gat sloeg in het leven. Haast alles wat vanzelfsprekend leek, verdween. Er was te weinig eten en een vormeloze angst voor wat ging komen. De wilde broers vertrokken om te vechten. Niet dat ze wilden, maar het moest.

De Jongen kreeg verlof om thuis te blijven, hij mocht zijn vader helpen op de boerderij. Veertien was hij, toen het begon. Vijf jaar ouder toen het over was.

De Jongen ging allang niet meer naar school. Geld om door te leren was er niet. Hij molk de koeien en hielp de kalveren geboren worden. De wilde broers keerden terug, met kerven in de ziel.

Kolenboer

Klein van stuk was hij, de Jongen, maar zijn handen waren kolenschoppen. Toen hij oud genoeg was, ging hij trouwen en werd kolenboer. Weet iemand nog wat voor zwaar werk dat is? Zwart zag hij, op alle dagen, behalve zondag. Zijn gezicht, zijn haar, zijn grote handen. Zakken is een werkwoord, is er iemand die dat nog weet? Kolen zakken. Grote jute zakken van een halve mud. Nootjes III, IV en V. Briketten. Antraciet. Hij laadde ze op zijn Chevrolet en bracht ze bij de mensen. Opladen, afladen, sjouwen en dan weer door.

Vaak floot de Jongen terwijl hij werkte. Dat kwam, hij had plezier. Hij bracht de mensen iets belangrijks. Brandstof en een praatje. Vaak kreeg hij koffie aangeboden, die dronk hij schielijk en met dankbaarheid. Hij kende ze, de mensen. Hij wist waar verdriet was, wie arm was en wie rijk.  Soms leverde hij zijn kolen op de pof. Of – als het niet anders kon – voor kostprijs of voor niks.

Van altijd

Hij had een vrouw die van hem hield en kreeg pas laat een dochter. Het meisje kreeg de kansen die hij niet had gehad.

De Jongen was niet geschoold en las geen boeken. Maar wat hij wist, is van altijd. Hij wist dat alle mensen anders maar gelijk zijn. En dat altijd alles stroomt. Dat zonder pijn geen vreugde is. En tijd geduld beloont. Hij wist alles van vergeven. Dat winst veel weg heeft van verlies. Hij, de middelste. De nummer drie.

Zijn dochter kon – gelijk zijn broers – soms driftig zijn. Hij liet haar gaan, hij ving haar op en zei met zachte ogen: “Kind, het is niet erg je hoofd te buigen.”

De Jongen – mijn vader – leerde me meer dan duizend boeken, terwijl hij noch ik dat wisten, toen.

Waarom haviken winnen

11 april 2017 familierecht, Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Waarom haviken winnen

Waarom haviken winnen: ingebouwde denkfouten

‘Waarom hebben haviken zoveel invloed? Het antwoord ligt wellicht verscholen in de menselijke geest. Mensen hebben tal van ingebouwde denkfouten, die bijna allemaal meer gericht zijn op conflict dan op concessies doen.’

Dit was de intro van een artikel uit 2009  van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en politicoloog Jonathan Renshon. De wetenschappers waren geschrokken van wat ze hadden ontdekt: dat ons denkpatroon, waar allerlei (voorspelbare) fouten in zitten, meer neigt naar conflict dan naar verzoening. Dat haviken vaak winnen van duiven.

In de psychologie wordt een voorspelbare denkfout bias genoemd. En daar hebben wij er nogal wat van.

Oorlog en echtelijke ruzie

Bijvoorbeeld: wij zijn geneigd allerlei kwade bedoelingen toe te dichten aan een tegenstander, terwijl we ons eigen minder prettige gedrag verklaren als een reactie op de ander. Het omgekeerde, dat ander ook weleens lelijk zou kunnen doen omdat wij lelijk doen, komt niet in ons op.

Het artikel van Kahneman c.s. gaat vooral over de macro-situatie waarin je deze bias akelig duidelijk ziet: oorlog! Met als pregnant voorbeeld de inval van US en Groot-Brittannië in Irak.  Maar deze bias speelt evenzogoed in micro-verband en wel … juist ja, bij echtelijke ruzies.

Rare vergelijking, de Irak-oorlog en een ruziënd echtpaar? Niet echt, als je kijkt naar wat er bij een complexe echtscheiding kan gebeuren. Mensen die vechtend scheiden belanden vaak in een vicieuze cirkel van actie-reactie. En raken het zicht op elkaar als mens soms volledig kwijt.

Eendimensionaal

Bij een vechtscheiding lopen we kans dat we de ander uiteindelijk alleen nog zien als die gestoorde vijand die uit is op onze ondergang. Er is geen keus, we moéten wel terugslaan. Dat die ander wellicht – net als wijzelf – pijn heeft en verdriet, dat zien we niet (meer). Dat elk verhaal minstens twee – zo niet tien – kanten heeft, zijn we kwijt. Iedereen die regelmatig met complexe scheidingen te maken heeft, weet hoe eendimensionaal het denken kan worden.

Maakbaar

Meest lastige vraag: hoe keer je dat om? Hoe kun je iemand voorzichtig een andere werkelijkheid laten zien? Hoe laat je iemand kijken naar wat wél kan (niet reageren, anders reageren, iets leuks gaan doen, een rondje hardlopen, een vraag stellen, relativeren) in plaats van wat niét kan (de ander veranderen)? De praktijk wijst uit: een soms haast onmogelijke opgave.

Maar als je bedenkt dat kunnen  (en dan vooral: niet kunnen) waarschijnlijk veel zwaarder weegt dan willen, is dat niet zo gek. Wij zijn niet zo maakbaar als we zouden wensen en ons gedrag laat zich niet zo eenvoudig sturen.

Egoïstische volwassene?

Het is de verdienste van Kahneman en vele andere wetenschappers dat we intussen iets weten over de werking van ons brein … een verre van perfecte computer en (gelukkig?) lastig te deprogrammeren.

Voor mij is een vechtscheidende ouder geen asociale, egoïstische volwassene die over de rug van zijn kinderen zijn eigen frustraties botviert. Het is een mens. Met een eigen aanleg en karakter, een scala aan ingebouwde denkfouten en soms een zware rugzak met ervaring.

Aandacht voor de benarde positie van kinderen is goed. Hard nodig ook. Maar inzicht in wat ouders – lees: mensen – beweegt net zo goed.

 

 

 

 

IS DE RECHTSZAAL EEN ARENA?

28 augustus 2016 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor IS DE RECHTSZAAL EEN ARENA?

Te veel een wedstrijd?

De laatste tijd klinkt harde kritiek op de procedure bij de rechter. Procederen zou te veel een wedstrijd zijn die alleen draait om winst of verlies. Procederen wordt wel vergeleken met een toernooi. De rechtszaal met een arena. En de uitslag is lang niet altijd rechtvaardig.

Begin dit jaar schreef prof. Maurits Barendrecht, directeur van Hiil en mede-verantwoordelijk voor de online dienst Rechtwijzer uit elkaar:

De ambitie is om een nieuwe vorm van rechtspleging te ontwikkelen, die het eeuwenoude duel in de rechtszaal kan vervangen. Te beginnen bij echtscheiding, waar deze duels nog dagelijks slachtoffers maken. (…) Het huidige systeem van rechtspleging stamt uit de negentiende eeuw. Dat was de tijd waarin het duel met sabels en pistolen, of voor het gewone volk “effe samen naar buiten”, geleidelijk werd verboden. Misschien dat er ooit de tijd komt dat het vuurgevecht met woorden wordt afgeschaft. En plaats maakt voor een beschaafdere wijze van communicatie en geschilbeslechting, die meer waarheid en rechtvaardigheid oplevert.’ (Bron: https://www.linkedin.com/pulse/het-einde-van-tournooimodel-online-route-naar-plaats-barendrecht).

Dat is nogal wat! Ons procesrecht is oud en is (dus?!) onbeschaafd. Deelnemers worden slachtoffers. Uitkomsten zijn niet rechtvaardig. ………………. afschaffen die boel!

Terechte kritiek?

Ik ben hiervan geschrokken en dat is niét omdat ik de opvattingen van Barendrecht deel. Ik ben geschrokken vanwege de radicale denkwijze, het of-of denken, de afwijzing van een systeem waar een boel aan mankeert maar waar wij – is mijn overtuiging – zuinig op moeten zijn.

Vooropgesteld: natuurlijk is het goed – en nodig – om alternatieven voor een rechtszaak te bedenken. Want het is allemaal waar: procederen is duur en ingewikkeld. Het maakt mensen afhankelijk en zet zaken op scherp.

Maar – en dat is een kernvraag: moet de procedure bij de rechter daarom worden afgedaan als een soort barbaarse knokpartij?

Alsjeblieft niet. Ik denk dat wij ons moeten realiseren hoe gezegend wij zijn te leven in een land waar onafhankelijke rechtspraak bestaat. Waar regels gelden die – als het echt niet anders kan – eerlijk afgedwongen kunnen worden.

Is er dan niks mis met de huidige manier van procederen? Natuurlijk wel. Ik ben advocaat en herken jammer genoeg wel het beeld van de procedure als een soort competitie, waar elke partij zijn best doet de ander strategisch uit te schakelen. En ja, dat wordt uitgelokt door het systeem van stellen, eisen, bewijzen en verweren. Zeker in zaken die over mensen gaan, zoals een echtscheiding, zou dat niet zo moeten zijn.

Kan het anders?

Maar zijn er nou geen manieren om het huidige systeem van binnenuit te verbeteren, zonder radicale en dus onrealistische ingrepen in het procesrecht? Ik denk van wel. De mogelijkheden zitten in onszelf. In bewustwording. In opleiding en training.

Leer om te beginnen aan rechtenstudenten dat het leven uit veel meer bestaat dan een juridische werkelijkheid. Stel vakken als geschiedenis, psychologie en sociologie verplicht. Idem voor de advocaten- en rechtersopleiding. Geef rechters en advocaten verplicht les in conflicthantering, onderhandelen en hoe om te gaan met mensen in een crisissituatie.

Advocaten wordt nu nog vaak een blind soort partijdigheid aangeleerd. ‘Ik behartig de belangen van mijn cliënt en van niemand anders!’. Natuurlijk, dat laatste is ook zo, alleen: wat is precies het belang van jouw cliënt? Is het in zijn/haar belang dat de andere partij als vijand wordt gezien, die met alle wettige middelen moet worden ‘uitgeschakeld’? Vast niet, zie de lessen uit de psychologie, de conflictleer enzovoort. Het is trouwens best moeilijk de eigen cliënt naar de belangen van de wederpartij te laten kijken. Of hem/haar zo nodig een spiegel voor te houden. Maar het kan. Én het levert op. Veel familierechtadvocaten weten dat.

Voor rechters geldt dat ze meestal vooral gericht zijn op de juridische werkelijkheid. Logisch natuurlijk, daar zijn ze voor. Maar wat zou er gebeuren wanneer de rechter behalve naar de regels ook naar dat andere stuk moeten kijken? Wanneer het bijvoorbeeld protocol zou worden dat rechters expliciet aandacht besteden aan de-escaleren en het belang van een duurzame oplossing?

Sommige – misschien veel? – rechters doen dat al. Ik ken een familierechter die elke zitting gebruikt om de partijen aan te spreken op het belang van communicatie, overleg en oog voor elkaars belangen. “Ik hoop altijd”, sprak deze rechter onlangs, “dat de zitting bij mij een kantelpunt is. Dat u hier heeft mogen zeggen hoe u erover denkt, maar dat u ook naar de ander heeft kunnen luisteren”.

Niet of-of maar en-en

Eigenlijk is mijn vraag: waarom wordt ons – juridische professionals – niet veel meer geleerd over het belang van duurzame oplossingen in plaats van het ‘simpel’ toepassen van regels en winnen of verliezen? Een moeilijk iets, dat realiseer ik me heel goed. Dat veel denkwerk en nog veel meer tijd kost.

Nogmaals prof. Barendrecht:

‘Het toernooimodel is zo langzamerhand een loden last voor de advocaten en rechters die ermee moeten werken. Bijna niemand durft het meer aan om vrienden of bekenden aan te raden om een procedure bij de rechter te voeren.’

Ik wil dat tegenspreken. Niet omdat ik niet begrijp wat hij bedoelt, maar omdat ik als een uitdaging – en plicht – zie om binnen dat systeem te proberen goed te doen.

Dus: ruim baan voor alternatieve manieren van geschilbeslechting. Alles wat werkt en met zorg kan worden uitgevoerd, is welkom. Maar laat het alsjeblieft niet of-of zijn, maar en-en. Als mensen kiezen voor, of geen andere keus hebben dan, de rechter … laten we er dan samen voor zorgen dat ze goed geholpen worden.

HB