GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN

Als u in Nederland trouwt, bent u automatisch in gemeenschap van goederen getrouwd, tenzij u iets anders met elkaar afspreekt. Iets anders afspreken betekent: trouwen op huwelijkse voorwaarden.

Wat betekent dat nou eigenlijk, een gemeenschap van goederen? Geldt dat ook voor het vermogen dat u vóór uw huwelijk al had? En voor dat waardevolle erfstuk uit de familie van uw oma? En zijn de schulden van uw echtgenoot ook opeens uw schulden, zelfs als u die schulden helemaal niet kende?

ALLES DELEN

Simpel gezegd worden alle bezittingen en schulden van u en uw partner op één hoop gegooid bij een gemeenschap van goederen. Dat geldt zowel voor de bezittingen en schulden van vóór het huwelijk als voor alles wat er tijdens het huwelijk bijkomt.

U bent, zoals dat officieel heet, allebei ‘gerechtigd tot de onverdeelde helft’ van de gemeenschap. Dat houdt in dat u bij verdeling van de gemeenschap allebei recht heeft op de helft van de bezittingen en u allebei de helft van de schulden moet dragen.

Waar regels zijn, gelden ook uitzonderingen, zeker in het recht. Maar bij de gemeenschap van goederen is dat nauwelijks het geval: er zijn eigenlijk maar twee uitzonderingen.

GIFT OF ERFENIS 

De belangrijkste uitzondering is deze: schenkingen of erfenissen verkregen onder ‘uitsluitingsclausule’ vallen niet in de huwelijksgemeenschap. Een uitsluitingsclausule wil zeggen dat degene die u een schenking doet of van wie u iets erft, daarbij de voorwaarde heeft gesteld dat die schenking/erfenis niet in uw huwelijksgemeenschap valt.

Voorbeeld: ouders willen hun kind geld schenken, maar willen niet dat die schenking terecht komt in een gemeenschap van goederen als het kind gaat trouwen. Zoiets is heel eenvoudig te regelen. De ouders moet zorgen dat die uitsluitingsclausule op papier staat, zodat daar later – mocht het nodig zijn – bewijs van is. De simpelste manier is het geld overmaken en bij de bankoverschrijving vermelden ‘schenking onder uitsluitingsclausule’.

Voorbeeld: veel ouders laten een testament maken waarin staat dat de erfenis ‘onder uitsluitingsclausule’ naar de kinderen gaat. Op die manier zorgen ze ervoor dat de erfenis voor honderd procent bij hun kinderen terecht komt en niet gedeeld hoeft te worden met de ‘koude kant’.

VERKNOCHTE SPULLEN EN SCHULDEN 

De tweede uitzondering op de regel dat alles in de gemeenschap van goederen valt, zijn de zogenaamde verknochte goederen en schulden. Deze blijven buiten de gemeenschap.

Verknocht wil zeggen dat het goed of de schuld zo nauw met iemand als persoon is verbonden dat het volstrekt onredelijk zou zijn dat de partner daarin zou delen. Goederen of schulden zijn haast nooit verknocht. Een familie-erfstuk bijvoorbeeld wordt niet als verknocht beschouwd (De waarde ervan zal dus bij scheiding moeten worden gedeeld. NB het erfstuk kan wel zijn verkregen onder uitsluitingsclausule, dan valt het buiten de gemeenschap.)

Een voorbeeld van een goed dat in principe wel verknocht is: een uitkering wegens smartengeld. Een voorbeeld van een verknochte schuld: de successiebelasting die moet worden betaald over een erfenis die is verkregen onder uitsluitingsclausule.

WIE IS DE BAAS OVER DE SPULLEN EN SCHULDEN

Een gemeenschap van goederen wil niet zeggen dat u ook samen de baas bent over goederen en schulden. De wet heeft daarvoor een regeling. Dat heet een bestuursregeling: wie heeft het bestuur over welk goed? In normale taal betekent dat: wie heeft de zorg, wie mag verkopen, uitlenen, verpanden enzovoort, dus wie is de baas?
De hoofdregel is eenvoudig: als een goed op uw naam staat, dan bent u de baas, dan heeft u het bestuur over dat goed. Voorbeelden: een bankrekening, een auto, een huis.
Over goederen die niet op naam staan, bent u samen de baas. Voorbeelden: een fiets, boeken, een PC, bankstel.

Natuurlijk zijn ook hier uitzonderingen.

  • Over de woning waar u samen woont (de ‘echtelijke woning’) kunt u alleen samen beslissingen nemen.
  • Voor het doen van schenkingen heeft u elkaars toestemming nodig, tenzij het een ‘gebruikelijke, niet bovenmatige’ schenking is. Wat gebruikelijk en niet bovenmatig is, hangt af van de uw omstandigheden, zoals uw levensstandaard. Als u en uw partner erg weinig geld hebben, zal een gift van bijvoorbeeld € 100 al snel bovenmatig zijn. Voor mensen die vermogend zijn is een gift van € 10.000 misschien heel gewoon.
  • Als u iets wilt kopen op afbetaling, heeft u de toestemming van uw partner nodig, behalve wanneer u dit doet in het kader van uw beroep of bedrijf.
  • Als u op de een of andere manier garant wilt staan voor een schuld van een derde persoon, dan heeft u de toestemming van uw partner nodig. Ook hier geldt: behalve wanneer u dit doet in het kader van uw beroep of bedrijf. Bijvoorbeeld: als u borg wilt gaan staan voor een schuld van uw broer, dan moet uw partner daarvoor meetekenen.
EINDE VAN DE GEMEENSCHAP

Er kan op meer manieren een einde komen aan een gemeenschap van goederen. Bijvoorbeeld doordat u tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden met elkaar afspreekt of doordat een van de partners overlijdt.
De manier die het meeste voorkomt is echtscheiding.

De gemeenschap stopt automatisch op het moment dat het verzoekschrift tot echtscheiding wordt ingediend. Vanaf dat moment komt de gemeenschap als het ware stil te staan, wordt hij bevroren. In juridische termen heet dat: de gemeenschap is ontbonden maar nog niet verdeeld. Er kan vanaf dat moment niks meer bijkomen, zowel niet in de plus als in de min. Koopt u dus een huis op de dag nadat het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend, dan valt dat huis niet in de gemeenschap van goederen. Neemt u een week later een krediet bij de bank, dan valt die schuld niet in de gemeenschap.

Als de gemeenschap eenmaal ontbonden is, dan kan hij worden verdeeld. Die verdeling is soms eenvoudig, soms ook niet.