Tag: kindgebonden budget

Alimentatie en toeslagen: een f(r)ictie

16 februari 2018 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Alimentatie en toeslagen: een f(r)ictie

Alimentatie en toeslagen: een f(r)ictie 

Sinds jaar en dag tellen toeslagen niet meer bij het berekenen van de behoefte aan partneralimentatie. Waarom is dat? En waarom voelt dat soms zo verkeerd?

De toeslagenfictie

Alles went, zeggen ze, als het maar lang genoeg duurt. Toch is dat niet altijd zo, sommige dingen blijven schuren.

Neem de regel dat huur- en zorgtoeslag niét meetellen bij het berekenen van de behoefte bij partneralimentatie. Ergens in de vorige eeuw besloot ons hoogste rechtscollege dat het zo moest [i]. Dus wordt het zo gedaan, intussen al 23 jaar, en zijn de rekenprogramma’s erop ingesteld.

En toch … dat schurende gevoel.

Ik denk dat elke advocaat die alimentatiezaken doet, het wel herkent: tegenover je zit een cliënt – meestal een man – die niet begrijpt dat de toeslagen die zijn ex ontvangt, worden weggegumd bij het berekenen van partneralimentatie.

Niet vanzelfsprekend

Dat deze toeslagenfictie inderdaad niet zo vanzelfsprekend is, bleek onlangs weer toen een gerechtshof – ongevraagd nog wel – de toeslagen wél meetelde als eigen inkomen van de vrouw [ii]. De zaak belandde bij de Hoge Raad. De die volstond met herhalen wat hij 23 jaar geleden ook zei: nee, zo moet dat niet.

De Hoge Raad overwoog (HR 22-12-2017, ECLI:NL:HR:2017:3266, r.o. 3.3.2): “De klacht is gegrond. Bij huur- en zorgtoeslag is sprake van een overheidsbijdrage van aanvullende aard, waarvan het karakter meebrengt dat die bijdrage buiten beschouwing moet blijven bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157 BW (zie HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1273, NJ 2017/303, rov. 3.4.2 en HR 27 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1632, NJ 1995/291.)”

Maar waarom? Hoe kan het dat toeslagen aan de kant van de ontvanger niét en aan de kant van de betaler wél meetellen als inkomen?

Toeslagen, wat zijn dat?

Mensen met een relatief laag inkomen en vermogen hebben recht op een bijdrage van de overheid in de kosten van huren (huurtoeslag), de zorgverzekering (zorgtoeslag) en de kinderen (o.a. kindgebonden budget). Toeslagen zijn gerelateerd aan het inkomen: hoe meer iemand verdient, hoe lager de toeslag. Boven een bepaald inkomen is er geen recht meer op een toeslag. Die grens verschilt per toeslagsoort. Er gelden ook vermogensgrenzen.

In dit blog kijk ik naar de huur- en zorgtoeslag. Het kindgebonden budget kent sinds kort een vergelijkbare problematiek, lees het blog Alimentatie, minidrama in vogelvlucht.

Toeslagen van de alimentatieontvanger

Drieëntwintig jaar geleden moest de Hoge Raad beslissen over de vraag of de huurtoeslag meetelde als inkomen van degene die aanspraak maakt op partneralimentatie. Een ‘ja’ leek best logisch: toeslagen verhogen immers het inkomen en verlagen zodoende de behoefte aan alimentatie.

Maar de Hoge Raad zei: nee, zo moet dat niet.

De kern van de motivering is eenvoudig. Toeslagen zijn inkomensafhankelijk en bedoeld om dat inkomen aan te vullen. Partneralimentatie is een vorm van inkomen en telt dus mee bij de aanspraak op toeslagen [iii]. Hoe hoger dus de partneralimentatie, hoe lager de toeslag. En omdat toeslagen subsidiair zijn – ze zijn bedoeld om het inkomen zo nodig aan te vullen – is het niet de bedoeling dat de overheid opdraait voor kosten die ook door de alimentatiebetaler kunnen worden. Dit doel bereik je door de partneralimentatie te berekenen zonder rekening te houden met toeslagen.

Oké, de achterliggende gedachte snap ik.

Maar in de praktijk kan dit tot uitkomsten leiden die voor ons gevoel niet kloppen. Dat zijn met name de gevallen waarbij 1) de aanspraak op partneralimentatie het recht op toeslagen niet aantast en 2) deze toeslagen, zou je ze wél meetellen, de huwelijksgerelateerde behoefte van de alimentatiegerechtigde (deels) overstijgen.

Voorbeeld 1: Piet en Marie

Een voorbeeld op basis van de Trema-normen. Piet en Marie – dertigers – zijn dit jaar gescheiden. Ze hebben één kind dat na de scheiding bij Marie is gaan wonen. Piet heeft voor en na de scheiding een jaarinkomen van € 33.000 bruto. Marie werkt parttime, tijdens het huwelijk verdiende ze € 10.000 per jaar. In de aanloop naar de scheiding heeft ze haar uren kunnen uitbreiden; ze verdient nu € 15.000 bruto per jaar. Ze krijgt als alleenstaande ouder een maandelijks kindgebonden budget van € 354.  Bij een zorgkorting van 25% moet Piet € 205 per maand kinderalimentatie betalen.

Daarnaast heeft hij nog een beetje ruimte voor partneralimentatie. Marie heeft een huurwoning gevonden en betaalt € 600 huur per maand. Piet heeft de echtelijke woning met de hypotheek van € 200.000 overgenomen; zijn bruto rentelasten zijn € 666 per maand. Beiden betalen € 135 zorgpremie per maand. We gaan rekenen met de hofnorm – de bruto behoefte van Marie is dan € 664,– per maand. We houden geen rekening met toeslagen aan de kant van Marie. De partneralimentatie komt dan uit op € 240,– bruto per maand, dat is wat Piet maximaal kan betalen.

Maar … in werkelijkheid krijgt Marie bij deze partneralimentatie wel degelijk huur- en zorgtoeslag, te weten € 309 resp. € 94 maand. Zou je deze meetellen als eigen inkomen bij Marie en de partneralimentatie opnieuw berekenen (het zgn. lussen), dan wordt de alimentatie nul – de toeslagen dekken hier de volledige behoefte – terwijl Marie’s aanspraak op toeslagen gelijk blijft! Bij Piet zie je dat zijn zorgtoeslag (die aan zijn kant wel meetelt, zie hierna) zo’n € 30,– lager zou worden als hij geen alimentatie zou betalen, maar dat verlies is veel kleiner dan wat hij qua alimentatie zou winnen.

Piet vindt het niet eerlijk. En dat begrijp ik wel. Zéker als je bedenkt dat Marie een kindgebonden budget van € 354,– per maand ontvangt, terwijl haar eigen aandeel in de kosten van de kinderen € 114,– per maand bedraagt. Want ook dit surplus telt niet mee als inkomen aan de kant van Marie (zie Hoge Raad 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1273).

Voorbeeld 2: Bas en Ingrid

Nog een voorbeeld. Bas en Ingrid zijn een paar jaar geleden gescheiden. Ze hebben drie kinderen die intussen 13, 15 en 17 jaar zijn. Bas had destijds een inkomen van € 45.000 bruto per jaar. Ingrid zorgde voor de kinderen. Bas heeft een promotie gemaakt en verdient nu € 55.000 per jaar. Ingrid is parttime gaan werken en verdient nu € 16.000 per jaar. Ze krijgt een kindgebonden budget van € 534,– per maand. Eenmaal per twee weken zijn de kinderen een weekend bij Bas. Hij moet dan een kinderalimentatie betalen van € 495,– per maand.

Ook hier heeft Bas nog een beetje ruimte voor partneralimentatie. Ingrid huurt een woning voor € 700,– per maand. Piet heeft een eigen huis en betaalt voor de hypotheek € 800,– rente en € 200,– aflossing per maand. Beiden betalen € 135,– zorgpremie per maand. De bruto behoefte van Ingrid op basis van de hofnorm is € 323,–. Als we zonder toeslagen aan de kant van Ingrid rekenen, komt de partneralimentatie uit op € 319,– bruto per maand. Maar Ingrid krijgt wel degelijk toeslagen, namelijk € 337,– huurtoeslag en € 94,– zorgtoeslag.  Tel je deze wel mee als inkomen van Ingrid, komt de partneralimentatie uit op nul en ook hier heeft dat géén invloed op Ingrids aanspraak op toeslagen.

De pijn qua kindgebonden budget is in dit geval nog een stukje groter. Ingrid krijgt € 534,– kgb per maand terwijl haar eigen aandeel in de kosten van de kinderen € 148,– is: een surplus van maar liefst bijna vierhonderd euro dat niet meetelt als inkomen.

Hieronder [iv] staan de berekeningen voor Piet/Marie en Bas/Ingrid, gemaakt met het alimentatierekenprogramma Split-online.

Een voorbeeld uit de praktijk

Dat ook de praktijk niet altijd Hoge Raad-proof werkt, laat de uitspraak Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 29-10-2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4355 (r.o. 3.6.3) zien. Alweer een gerechtshof dat de toeslagen van de vrouw gewoon meetelde waardoor de alimentatie op nul uitkwam.

“Het hof constateert evenwel dat de vrouw in haar behoeftelijstje geen rekening heeft gehouden met de bedragen die zij aan toeslagen ontvangt. Uit de voorschotbeschikking toeslagen 2015 blijkt dat aan de vrouw een zorgtoeslag is toegekend van € 942,= per jaar (€ 78,50 per maand) en een huurtoeslag van € 3.173,= per jaar (€ 264,= per maand). Zoals ter zitting met partijen besproken, dienen de toeslagen die de vrouw ontvangt – omgerekend gemiddeld € 343,= per maand – in mindering te worden gebracht op haar behoefte, hetgeen tot gevolg heeft dat de behoefte van de vrouw volledig wordt gedekt door haar eigen inkomsten en de toeslagen die zij ontvangt.” 

Wat hier gebeurt gaat een stap verder dan de berekeningen in de fictieve voorbeelden. Hier worden de toeslagen zónder alimentatie als startpunt genomen. In de voorbeelden hierboven is het omgekeerd, daar is de alimentatie zonder toeslagen uitgangspunt en wordt er vervolgens gelust. Voor de uitkomst kan dat uiteraard (een groot) verschil maken.

Huur-  en zorgtoeslag van de alimentatiebetaler

Huur- en zorgtoeslag die de alimentatiebetaler zelf ontvangt, tellen wél mee bij het berekenen van diens draagkracht, zie HR 07-07-2017, ECLI:NL:HR:2017:1273, r.o. 3.4.3 laatste zin. Dit geldt niet voor het kindgebonden budget.

“In zoverre onderscheidt het kindgebonden budget zich van bijvoorbeeld huurtoeslag (ten aanzien waarvan de Hoge Raad in zijn beschikking van 27 januari 1995 heeft overwogen dat dit bij de alimentatieplichtige tot het inkomen dient te worden gerekend) (…)”

Maar is dat niet gek? Strookt dat wel met het uitgangspunt van de Hoge Raad dat de overheid zo min mogelijk moet betalen? Ook hier geldt immers dat er sprake is van elkaar wederzijds beïnvloedende variabelen: hoe hoger de partneralimentatie, hoe lager het inkomen, hoe hoger de aanspraak op toeslagen etc.

Weer een getallenvoorbeeld. Jan en Anne zijn een paar jaar geleden gescheiden, hun kinderen zijn het huis uit. Jan verdient beneden modaal, zo’n € 26.000,– per jaar. Anne had tijdens het huwelijk een kleine parttime baan (€ 6.000,– per jaar) en heeft nu twee parttime banen (in totaal € 15.000,– bruto per jaar).  Na de scheiding wonen ze allebei gehuurd. Jan betaalt € 650,– en Anne € 500,– huur per maand. Een berekening laat zien dat Jan volledig in de behoefte van Anne (€ 551,–  bruto per maand) kan voorzien, indien hij € 239,- huurtoeslag en € 94,–  zorgtoeslag per maand ontvangt. Anders gezegd: doordat Jan partneralimentatie betaalt, krijgt hij recht op toeslagen, terwijl die toeslagen op hun beurt zijn meegeteld voor het berekenden van de alimentatie (kip-ei). Anne zelf krijgt ook toeslagen, nl. € 88 huurtoeslag en € 82 zorgtoeslag, maar aan haar kant tellen die dus niet als inkomen.

Als je eventuele toeslagen van Jan niét zou meetellen bij het berekenen van de partneralimentatie, krijg je een ander plaatje. De alimentatie komt dan lager uit, op € 257,– bruto per maand, Jan heeft geen recht op huurtoeslag en slechts op € 67,– zorgtoeslag. Per saldo gaat Jan er bij deze methode dus netto op achteruit. Hetzelfde geldt voor Anne, zij krijgt weliswaar wat meer toeslagen maar het verlies aan alimentatie is groter.

Het is dus de overheid die bij de eerste methode de verliezer is: Jan en Anne krijgen in die situatie samen ca. € 150 per maand méér aan toeslagen dan wanneer de alimentatie zou berekenen zonder toeslagen aan Jans kant.

Een situatie als deze zal in de praktijk misschien niet vaak voorkomen, maar illustreert wel dat de beslissing van de Hoge Raad tot merkwaardige gevolgen kan leiden.

Hieronder [v] staan de berekeningen voor Jan en Anne.

De omvang van het probleem

Wanneer kan de fictie van de huur- en zorgtoeslag nou echt tot frictie leiden zoals bij Piet/Marie en Bas/Ingrid? Niet heel vaak, denk ik. Vermoedelijk is in de meeste situaties de behoefte aan alimentatie (veel) groter dan draagkracht, zodat het niet uitmaakt of je de toeslagen wel of niet meetelt. De draagkracht is dan sowieso nodig om de behoefte in te vullen. Soms ook zal de alimentatie het inkomen van de ontvanger zodanig ophogen, dat de aanspraak op toeslagen volledig verdwijnt.

Sèc kijkend naar de huur- en zorgtoeslag zal de ‘pijn’ dus wel meevallen. Maar dat wordt anders wanneer er daarnaast een behoorlijk surplus aan kindgebonden budget is. Er kan dan zomaar sprake zijn van in totaal zo’n € 600,– aan netto inkomen dat buiten de berekening wordt gelaten. Meer kans op frictie dus.

Jus

Voor de huur- en zorgtoeslag is er aan het einde van de streep een doekje voor het bloeden: deze tellen bij de jusvergelijking wél aan beide kanten mee, zodat de alimentatieontvanger uiteindelijk niet meer te besteden heeft dan de betaler. Zo gaat dat tenminste in de praktijk. Een uitspraak van de Hoge Raad waarin klip-en-klaar staat dat deze toeslagen mogen meetellen bij de jus, is er echter niet.

Dat is anders bij het kindgebonden budget: dat mag van de Hoge Raad niet mag meetellen bij de jus, omdat het volledig aan de kinderen ten goede moet komen en niet – via de jusverdeling – toch indirect aan de andere ouder[vi]. Voor de huur- en zorgtoeslag gaat dit argument m.i. niet op: daar kan een stukje toeslag van de alimentatiebetaler – via de jus of gewoon via de draagkrachtberekening – bij de ontvanger terecht komen. Dat ligt besloten in het uitgangspunt dat deze toeslagen meetellen bij het inkomen van de alimentatieplichtige. Ik zie geen reden waarom zou dat vice versa dan niet mogen. Blijft wel het principiële punt dat bij de jus gelust moet worden, wat in conflict kan komen met het uitgangspunt dat een lagere partneralimentatie niet mag leiden tot hogere toeslagen.

Eenmaal lussen?

De voorbeelden Piet/Marie en Bas/Ingrid laten zien dat een lusberekening kan leiden tot een lagere partneralimentatie, terwijl de toeslagen gelijk blijven. Je zou dus standaard tenminste één lusberekening kunnen uitvoeren. Je berekent eerst de alimentatie zonder rekening te houden met toeslagen (je kunt dat met het kgb ook doen). Vervolgens verlaag je de behoefte met de toeslagen die bij de berekende alimentatie horen. Als de alimentatie bij die nieuwe behoefte lager wordt, kijk je welke toeslagen bij dat lagere bedrag horen. Als vervolgens de aanspraak op toeslagen niet of nauwelijks wijzigt, is er geen argument meer om deze niet mee te tellen. De overheid komt immers niks tekort.

Of is dat te kort door de bocht, te casuïstisch? Is een situatie waarin toeslagen soms wel en soms niet meetellen niet ook ongewenst? En wat doe je wanneer de ene toeslag ongewijzigd blijft en de ander een stukje stijgt? En maken we het dan nóg ingewikkelder dan het al is?

De aloude conclusie dan maar? Dat het perfect rechtvaardige systeem niet bestaat? Dat schuurmomenten blijven.

Leven is schuren. Maar alimentatie-rekenen is ook maatwerk. Als ik Piets of Bas advocaat was zou ik beslist eens proberen … 🙂


Met dank aan Hanneke Moons en Albert Rozendal voor het meelezen en -denken.

Met dank aan Maarten de Mol van Otterloo die mij erop wees dat de berekeningen bij de eerdere versie van dit blog enkele fouten bevatten.

 

[i] HR 27-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1632, NJ 1995/291 (niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl)

[ii] ECLI:NL:GHARL:2017:267

[iii] Kinderalimentatie is geen inkomen in de zin van de wet en heeft daarom geen invloed op de aanspraak op toeslagen. De toeslagen kunnen daar dus wel meetellen.

[iv] Piet en Marie 1 Piet_-_Marie_-_pal_zonder_T_; Piet en Marie 2 Piet_-_Marie_-_pal_met_T_; Bas en Ingrid 1 Bas_-_Ingrid_-_zonder_T; Bas en Ingrid 2 Bas_-_Ingrid_-_met_T.

[v] Jan en Anne 1 Jan_-_Anne_-_met_T_jan_zonder_T_anne; Jan en Anne 2 Jan_-_Anne_-_zonder_T_jan_zonder_T_anne_.

[vi] Zie de uitspraak van het Hof Den Haag van 6 december 2017 na de prejudiciële vraag aan de Hoge Raad.

 

Partneralimentatie en kindgebonden budget

13 augustus 2017 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Partneralimentatie en kindgebonden budget

Kindgebonden budget en partneralimentatie

Het recht wordt gemaakt om ons te dienen. Toch is er steeds vaker iets vreemds aan de hand. Het recht gedraagt als een enorm uitdijend netwerk dat bezig is zijn eigen leven te gaan leiden. Wanneer ergens in de kluwen een schakeltje wordt omgezet, kan elders zomaar kortsluiting ontstaan.

Neem het dossier alimentatie en kindgebonden budget. Een minidrama in vogelvlucht.

De aanleiding

Een paar jaar geleden besloot de overheid de kindregelingen te vereenvoudigen. Een aantal ervan werd afgeschaft. In de plaats daarvan werd o.a. het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders fors opgehoogd. Het kindgebonden budget (kgb) is een netto toeslag op het inkomen, net als de huurtoeslag en zorgtoeslag.

Mooi zou je zeggen, elke vereenvoudiging is welkom. Klopt, ware het niet dat niemand van tevoren had bedacht dat deze vereenvoudiging elders in het netwerk kortsluiting zou veroorzaken en wel bij het berekenen van alimentatie … een onderwerp dat toch al standaard voor hoofdbrekens zorgt.

Kinderalimentatie en kindgebonden budget

De problemen begonnen bij de kinderalimentatie. Bij de berekening daarvan kijk je eerst: hoeveel kosten de kinderen [i]. Dat bedrag is de maximale alimentatie. De vraag die met de introductie van het hoge kindgebonden budget opkwam: moest je nou dat hele kgb, oplopend tot wel € 450 per maand, beschouwen als een potje om de kosten van de kinderen mee te betalen? Anders gezegd: verminderde dat hoge kgb 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie? Een ‘ja’ zou betekenen dat alleenstaande ouders met een hoog kgb plotseling veel minder kinderalimentatie zouden krijgen.

De Trema-normen, intussen aangepast aan gewijzigde kindregelingen, zeiden: ja, het kgb is er om de kinderkosten mee te betalen en vermindert dus 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie. Gevolg was dat veel alimentatiebetalers, doorgaans vaders, naar de rechter stapten om de alimentatie te laten verlagen. Aanvankelijk met succes.

Maar hier werd al snel een stokje voor gestoken. Veel rechters en advocaten meenden dat dit niet de bedoeling kon zijn. Want terwijl het inkomen van een alleenstaande ouder nauwelijks was gewijzigd (het hoge kgb kwam immers in de plaats van andere voordelen) ging de kinderalimentatie opeens omlaag, soms wel met een paar honderd euro per maand. Gevolg was dat sommige rechters de Trema-normen links lieten liggen. Ze gingen verschillend oordelen, de een deed zus, de ander zo. Verwarring alom.

Hoge Raad I

Er zat niks anders op dat de principiële vraag voor te leggen aan ons hoogste rechtscollege. De Hoge Raad antwoordde snel en duidelijk: het kgb is bedoeld als inkomensondersteuning. Daarom telt het bij de berekening van kinderalimentatie mee als inkomen bij de alimentatieontvanger en kan het voor allerlei kosten (zoals eten, drinken, wonen) worden gebruikt en is het niet alleen bestemd voor de kosten van de kinderen. Ergo: het kgb vermindert niet 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie.

Dit was een uitspraak die iedereen wel kon begrijpen. Reuze vervelend alleen dat nogal wat alimentatiebetalers opnieuw naar de rechter of mediator moesten om de eerder te laag vaststelde alimentatie te laten wijzigen.

Partneralimentatie en kindgebonden budget

Was toen alles opgelost? Nou nee, want toen kwam de volgende vraag, en wel een die veel weg had van de vorige. Dat zit zo. Het kan zijn dat degene die aanspraak heeft op kinderalimentatie – meestal de vrouw – een hoger bedrag aan kgb ontvangt dan haar aandeel in de kosten van de kinderen bedraagt (dit is af te lezen uit de berekening van kinderalimentatie). De vraag is dan: als je vervolgens de partneralimentatie berekent, telt dit surplus aan kgb dan mee als inkomen van de ontvanger, waardoor de aanspraak op partneralimentatie minder wordt? Of moet je het kgb helemaal buiten beschouwing laten, omdat het voor de kinderen is bestemd?

Opnieuw een periode van onzekerheid: de ene rechter oordeelde zus, de ander zo. Daarom werd ook deze vraag in aller ijl voorgelegd aan de de Hoge Raad, die op 7 juli jl. antwoord gaf. Een antwoord dat allesbehalve verlossend lijkt.

Hoge Raad II

Wie had gedacht dat de Hoge Raad in lijn met zijn uitspraak over de kinderalimentatie zou zeggen: ‘het kgb is een inkomensondersteunende maatregel en dus telt het surplus mee als inkomen van de alimentatieontvanger’, die komt bedrogen uit. De Hoge Raad constateert dat het bedrag aan kgb afhangt van het inkomen van degene die er recht op heeft en dat dit inkomen onder meer bestaat uit …. juist ja, partneralimentatie. Ofwel hoe meer alimentatie iemand krijgt, hoe lager de aanspraak op kgb. En daar zit volgens de Hoge Raad de crux: het is niet de bedoeling om de overheid op kosten te jagen daar waar een ex-partner ook ruimte heeft om te betalen. Zo is het ook bij de zorg- en huurtoeslag, die tellen ook niet mee als inkomen bij het berekenen van alimentatie [ii].

Dit alles leidt tot de wonderlijke slotsom dat bij kinderalimentatie het kgb wordt gezien als inkomen van de alimentatieontvanger om de alimentatie zo hoog mogelijk te krijgen, terwijl bij partneralimentatie het surplus aan kgb opeens geen inkomen meer is om precies dezelfde reden. Bovendien – en nu wordt het bont – geldt dit volgens de Hoge Raad zelfs wanneer de alimentatieontvanger uiteindelijk meer te besteden heeft dan de betaler, omdat deze anders indirect toch zou meeprofiteren van het kgb. Met andere woorden: ook bij de zgn. jusvergelijking telt het kgb niet mee als inkomen.

(Als u het niet meer begrijpt, geen zorg, u bent in goed gezelschap …)

Onlogisch

De uitkomst van Hoge Raad II is onlogisch.

Ten eerste. De afgeschafte alleenstaande ouderkorting – een korting op de inkomstenbelasting – telde logischerwijs mee bij het inkomen van de partneralimentatieontvanger [iii]. Waarom het hoge kgb dat hiervoor in de plaats in gekomen dan niet? Of is dit ‘gewoon’ de bijvangst (leuk voor de overheid) van de operatie vereenvoudiging-kindregelingen?

Ten tweede. Zoals gezegd kan het kgb meer bedragen dan de ontvanger kwijt is aan kinderkosten [iv]. Maar bij de berekening van partneralimentatie wordt dat restdeel gewoon weggegumd. Dat klopt toch niet? Nee hoor, zegt de Hoge Raad, zo moet je dat niet zien: kinderkosten worden immers forfaitair (Nibud) berekend en kunnen dus in werkelijkheid hoger zijn. Jaha, zo kan ik het ook. Dat is wat je noemt tussentijds de spelregels veranderen. We berekenen de kinderkosten altijd forfaitair, maar uuh nu even niet …

Echt oneerlijk wordt het wanneer de alimentatieontvanger onder de streep meer overhoudt dan de betaler en het kgb-surplus niet in de jus mag worden gebruikt.

De praktijk

Grote praktische vraag is natuurlijk: in hoeveel gevallen speelt deze partneralimentatie-problematiek eigenlijk en wat zijn dan de financiële consequenties per geval? Ik weet het niet, maar het kan zijn dat we bezig zijn ons het hoofd te breken over moeilijke theorie, terwijl het in werkelijkheid weinig zal voorkomen dat een surplus aan kgb tot een lagere partneralimentatie leidt. En – mocht dat al zo zijn – dat het gaat om kleine bedragen gaat. Best mogelijk dat een heel leger juristen bezig is na te denken over een probleem waarvan we de (financiële) impact niet kennen, een impact die misschien gering is.

Vertrouwen

Punt is – en dan zijn we terug bij af – dat niks van dit alles van tevoren bedacht, laat staan zo bedoeld is. Dit hele gedoe is louter en alleen het onbedoelde gevolg van een herschikking elders in het systeem van regels. Beangstigend als je er over nadenkt. Want behalve dat het mensen boos maakt en op kosten jaagt, holt het uiteindelijk ons vertrouwen in het recht uit. Terwijl juist vertrouwen de brandstof is van het hele systeem.


Naschrift: zie ook het blog Alimentatie en de f(r)ictie van de toeslagen. Ook de huur- en zorgtoeslag tellen sinds jaar en dag niet mee als inkomen aan de kant van de alimentatieontvanger. Wanneer er daarnaast ook een substantieel surplus aan kindgebonden budget is, kan er zomaar zo’n € 600 netto per maand buiten de berekening blijven.

[i] Voor de kinderkosten zijn Nibudtabellen: afhankelijk van de hoogte van het gezinsinkomen laten de tabellen zien hoeveel een kind gemiddeld per maand kost.

[ii] Al in 1995 besloot de Hoge Raad dat de huur- en zorgtoeslag niet meetellen als inkomen bij de alimentatiegerechtigde, omdat deze toeslagen van ‘aanvullende aard’ zijn. Ook hier is de redenering: als de alimentatieplichtige ruimte heeft om te betalen, is het niet aan de overheid om dat te doen. De huur- en zorgtoeslag tellen wel mee bij de jusvergelijking.

[iii] Voor werkenden gold de alleenstaande ouderkorting. Alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering kregen een toeslag op de uitkering. In beide gevallen telde die korting resp. toeslag als inkomen mee bij de partneralimentatie.

[iv] Voor een geval waarbij het kgb hoger was dan het aandeel van de vrouw in de kosten van de kinderen zie bijv. deze casus die speelde bij het Hof Arnhem-Leeuwarden.

 

 

 

 

 

 

Kindgebonden budget en alimentatie: alweer gedoe!

28 februari 2016 familierecht Reacties uitgeschakeld voor Kindgebonden budget en alimentatie: alweer gedoe!

Kindgebonden budget … alweer gedoe

Vorig jaar ontstond veel discussie over de manier waarop het kindgebonden budget (KGB) moet meetellen in de berekening van kinderalimentatie. De Hoge Raad moest er aan te pas komen om duidelijkheid te brengen. Maar nu blijkt dat die uitspraak van de Hoge Raad zelf weer tot discussie leidt met als gevolg opnieuw onzekerheid voor mensen die met alimentatie te maken hebben.

Wat vooraf ging: de uitspraak van de Hoge Raad

Per 1 januari 2015 is er voor alleenstaande ouders met een laag inkomen recht op een hoog kindgebonden budget (KGB). Hoog wil zeggen: honderden euro’s, tot wel € 450 per maand.

Dat gaf vorig jaar een boel discussie, want op welke manier moest dat KGB nou meetellen bij de berekening van kinderalimentatie? Een nogal technisch verhaal, maar simpel gezegd: als je het KBG zou zien als een bedrag dat echt bedoeld was voor de kosten van kinderen, dan moet je het rechtstreeks aftrekken van wat de kinderen nodig hebben, met als gevolg een laag bedrag aan kinderalimentatie, ook wanneer de andere ouder best meer alimentatie zou kunnen betalen. Zie je het KGB daarentegen als ondersteuning van het gezinsinkomen, dan moet je het optellen bij het inkomen van de alimentatieontvanger en krijg je een ander, vaak veel hoger bedrag aan alimentatie.

Rechters oordeelden verschillend. Met als gevolg: grote rechtsonzekerheid én ongelijke behandeling van gelijke gevallen.

De Hoge Raad moest de knoop doorhakken. Dat deed hij op 9 oktober 2015. De Hoge Raad zei: het KGB is een inkomensondersteunende maatregel en moet dus bij het inkomen van de alimentatieontvanger worden opgeteld. Het gevolg was dat veel eerder vastgestelde alimentaties opnieuw konden worden berekend en vaak hoger uitkwamen.

Allemaal heel vervelend voor betrokkenen, maar zou je zeggen: nu is er tenminste duidelijkheid.

Tja …………………

Uitspraak leidt tot nieuwe discussie

Je zou het haast niet geloven maar de uitspraak van de Hoge Raad heeft tot een nieuwe discussie geleid. Want wat te doen met het KGB bij het berekenen van partneralimentatie? Telt dat KBG mee als inkomen van de alimentatieontvanger of niet? Voor de duidelijkheid: bij partneralimentatie wordt de behoefte aan alimentatie (d.i. hoeveel heeft iemand nodig) meestal bepaald door 60% te nemen van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk. Van die behoefte moet je vervolgens het eigen inkomen (na de scheiding) aftrekken, wat logisch is want voor zover iemand in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien is er natuurlijk geen behoefte aan een bijdrage van de ex-partner..

Het maakt dus uit of je het KGB aftrekt van de behoefte of juist buiten beschouwing laat. Aftrekken betekent: een lagere behoeftigheid en dus een lagere alimentatieaanspraak.

Dat hier verschillend over gedacht kan worden, blijkt intussen uit uitspraken van rechters. Voorbeeld: het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zegt: KGB moet worden afgetrokken van de behoefte. Voorbeeld: het gerechtshof Den Haag zegt: het KGB telt niet mee.

Wat nu?

Het maakt alweer verschil bij welke rechter je terecht komt met een alimentatiegeschil. Dat mag natuurlijk niet. Het zou dus goed zijn als deze vraag zo snel mogelijk aan de Hoge Raad wordt voorgelegd.

Iets anders maar niet minder belangrijk: dit probleem laat ‘prachtig’ zien hoe complex onze regels zijn geworden. Ons recht is als alsmaar uitdijend bouwwerk met veel te veel architecten en miljoenen bewoners met eigen wensen. Een bouwwerk met sluiproutes, wenteltrappen en donkere kamers. Een bouwwerk met een zo langzamerhand griezelig gebrekkige constructie: als je op de ene plek een steen weghaalt, stort elders een muur in.

Waarmee wij op ons stokpaard komen. Wij moeten het recht beheersen en niet andersom. Maak de regels niet nodeloos ingewikkeld en voorzie ze van een ‘gebruiksaanwijzing’ die iedereen snapt.

Laat ons recht alsjeblieft geen doolhof worden!

Heeft u vragen over kinder- of partneralimentatie: bel of mail met Hedy Bollen.