Jij bent toch advocaat?

11 november 2017 familierecht, Hedy Bollen

Jij bent toch advocaat?

Onlangs zat ik op een terras. Nazomer. Relaxmomentje. De eigenaar van het koffiehuis komt vragen wat ik wil drinken. Zelfde als altijd? Ja, een cappuccino graag. Hij en ik maken soms een praatje. Dit praatje loopt anders. Terwijl hij al wegloopt draait hij zich om: “Zeg, jij bent toch advocaat?” En zonder het antwoord af te wachten: “Mensen doen tegenwoordig niks anders als scheiden. En de enigen die er rijk van worden zijn advocaten en rechters.”

Pardon?

Ik frons. Half lachend: “Nou, dat geldt niet voor mij, hoor.” Maar hij hoort me niet, hij praat. Hij heeft een beeld. Zoals wel meer mensen dat hebben. Van advocaten, rechters, politici, die vooral hun eigen financiële belangen behartigen.

Ik hoor zijn tirade aan. En denk: hij moest eens weten …

Onderbetaald

Hij moest eens weten dat advocaten die zaken doen op basis van een toevoeging, al jaren zwaar worden onderbetaald. Zeker in het familierecht staat de beloning in geen enkele verhouding tot de hoeveelheid werk die de advocaat moet doen.

Hij moet ook weten dat verreweg de meeste van die advocaten – is mijn ervaring – niet beknibbelen op de uren in een zaak. Ze maken zich er niet met een jantje-van-leiden vanaf. Ze zijn betrokken, knokken voor elke cliënt.

Maatschappelijke functie

Mijn praktijk bestaat voor ongeveer de helft uit toevoegingen. Waarom ik die zaken doe? Simpel. Omdat ik vind dat iedereen, of hij nou veel of weinig verdient, recht heeft op goede rechtsbijstand. Omdat ik vind dat het hoort bij de maatschappelijke functie die je hebt als advocaat, bij het procesmonopolie dat de wet ons geeft. Duur gezegd: noblesse oblige. Een kwestie van idealen ook.

Maar dan de praktijk.

Praktijk

Met een gemiddelde echtscheiding ben je als advocaat als snel twintig tot vijfentwintig uur bezig, met soms uitschieters naar boven. Hoe dat kan? Eenvoudig. De ‘gemakkelijke’ scheidingen worden via mediation geregeld. De moeilijke zaken met veel conflicten en hoogoplopende emoties, komen uiteindelijk bij een advocaat terecht.

De vergoeding per toegevoegde zaak houdt daar totaal geen rekening mee.

Concreet: voor een echtscheiding op toevoegingsbasis krijgt de advocaat een vaste vergoeding van de overheid, te weten tien uren à € 105,61 bruto per uur. Vertaald naar het werkelijk aantal uren verdient de advocaat dus zo’n € 45 bruto per uur. Let wel: daar moeten alle praktijkkosten (denk aan huisvesting, ICT, opleiding, abonnementen, verzekeringen, personele ondersteuning) én de inkomstenbelasting nog vanaf. Ronduit geestig is ook de kilometervergoeding voor reizen naar de rechtbank: € 0,09 per km.

De gevolgen laten zich raden.

Gevolgen

Als mijn familiepraktijk alleen uit toevoegingen zou bestaan, zou ik beter ander werk kunnen gaan doen.

Ik ben noodgedwongen selectief geworden in het aannemen van toevoegingszaken. Met pijn in het hart, want het voelt niet goed om mensen weg te sturen.

Ik moet bezuinigen op zaken die mij ontlasten, zoals secretariële ondersteuning.

En last but not least, de cliënten die mijn werk zelf moeten betalen subsidiëren feitelijk voor een stukje de toevoegingspraktijk. Ofwel ik zou een nog lager uurtarief voor betalende cliënten kunnen hanteren, als de toevoegingsuren fatsoenlijk vergoed zouden worden.

Politiek

Het onderwerp staat op de politieke agenda. Onlangs kwam de commissie Van der Meer met haar eindrapport. Daaruit bleek, ik citeer: ‘Het stelsel vertoont ernstig achterstallig onderhoud. De bekostigingsnormen per zaak zijn circa 20 jaar oud en niet meer ‘bij de tijd’. Advocaten besteden gemiddeld veel meer tijd aan hun zaken dan zij krijgen vergoed. Het door de regering als redelijk genormeerde jaarinkomen is daardoor binnen het huidige stelsel niet haalbaar.’

Globaal genomen krijgen advocaten voor de helft (!) van de gewerkte toevoegingsuren niet betaald. Voor insiders niet verrassend natuurlijk.

Het punt is, je kunt dit allemaal wel leuk laten onderzoeken, maar tot nu toe heeft de overheid steeds gezegd ‘er komt geen geld bij, er gaat hooguit af’.

Investeren

Het is oneindig belangrijk dat mensen vertrouwen houden in het functioneren van ons ingewikkelde rechtssysteem. Dat ze – als niks anders werkt – de rechter kunnen vragen om een beslissing te nemen.

Ik snap heel goed dat het ook oneindig lastig is om een goed functionerend systeem te bedenken. Het perfecte systeem bestaat niet. Er zullen altijd mankementen en ‘perverse prikkels’ zijn.

Maar feitelijk is er geen keus: de overheid moét investeren in wat heet de toegang tot het recht.  Een fatsoenlijke beloning voor de mensen die het werk doen, hoort daar gewoon bij.

Cappuccino

Tegenwoordig informeer ik een cliënt niet alleen over wat vanuit zijn perspectief belangrijk is – de hoogte van de eigen bijdrage – ik vertel ook over de vergoeding die de advocaat per zaak ontvangt. Zodat men snapt dat ik zo efficiënt mogelijk moet werken en (helaas!) weinig tijd aan aanpalende (sociale en emotionele) problemen kan besteden.

Mijn ervaring is trouwens dat die informatie altijd nieuw is. Ik denk dat de meeste mensen geen flauw idee hebben van de beloningsperikelen in de gefinancierde rechtspraktijk.

Zo ook de eigenaar van het koffiehuis. Met hem en mij kwam het trouwens goed. Gelukkig maar, want zijn de cappuccino is heerlijk.