Verdelen gemeenschap van goederen 

U bent getrouwd in volledige gemeenschap van goederen en u gaat scheiden. Dan moet de gemeenschap worden verdeeld. Dat geldt voor de bezittingen maar ook voor de schulden. Ieder heeft recht op de helft (van de waarde van) de bezittingen en ieder moet de helft van de schulden dragen.

Peildatum

Volgens de wet stopt de gemeenschap automatisch op het moment dat er een verzoek tot echtscheiding wordt ingediend bij de rechter. We noemen dat moment de peildatum. De gemeenschap kom dan als het ware stil te staan, hij wordt ‘bevroren’. Er kan vanaf dat moment niks meer bijkomen, zowel niet in de plus als in de min. Koopt u een huis op de dag nadat het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend, dan valt dat huis niet in de gemeenschap van goederen. Neemt u een week later een krediet bij de bank, dan valt die schuld niet in de gemeenschap.

Het moment dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend is volgens de wet dus een belangrijk moment. Maar: u kunt altijd in overleg met elkaar een andere peildatum kiezen. Daar bent u vrij in, als u het maar samen eens bent.

Omvang van de gemeenschap

Hoe gaat zo’n verdeling? Eerst wordt een lijst gemaakt met alles wat verdeeld moet worden, bijvoorbeeld: de woning, de inboedel, de bankrekeningen, waardevolle spullen, verzekeringen, opgebouwde pensioenen en de schulden. Als u niet weet wat de waarde is van iets (denk aan de woning) of als u het daarover niet eens kunt worden, kan de waarde worden getaxeerd door een onafhankelijke derde, denk aan een makelaar. Soms hoort ook het bedrijf van de partners bij de gemeenschap. Dan moet ook de waarde van dat bedrijf wordt vastgesteld.

Wat hoeft niet te worden verdeeld?

Er moet ook gekeken worden of er misschien zaken zijn die buiten de gemeenschap vallen. Als een van de partners vermogen heeft dat is verkregen is uit een erfenis of schenking onder uitsluitingsclausule, dan valt dat vermogen niet in de gemeenschap en hoeft dus niet te worden verdeeld. Hetzelfde geldt voor verknochte spullen of schulden.

Het kan ook zijn dat er zgn. vergoedingsrechten zijn.

Over- of onderbedeling

Zoals gezegd heeft ieder recht op de helft en moeten de schulden ook fifty-fifty worden gedragen. Maar soms moet u de zaken feitelijk zo verdelen, dat de ene partner aan het einde van de streep meer of minder toebedeeld krijgt dan de ander. Bijvoorbeeld: de een krijgt de woning met een onderwaarde toebedeeld. Degene die zodoende is onderbedeeld krijgt dan voor de helft van wat hij/zij te weinig heeft gekregen een geldvordering op de ander. Op die manier staat de verdeling weer quitte.

Het kan zijn dat zo’n over- of onderbedelingsvordering niet (meteen) kan worden betaald. Daar zijn allerlei oplossingen voor. Soms wordt die vordering omgezet in een (langlopende) lening. Of hij wordt verrekend met eventuele alimentatie. Of hij wordt kwijtgescholden wegens een zogenaamde ‘natuurlijke verbintenis’. Daarbij moet altijd goed worden gekeken naar de fiscale consequenties.