Tag: gefinancierde rechtsbijstand

Minister Dekker en de dejuridisering

18 november 2018 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Minister Dekker en de dejuridisering

Minister Dekker en de dejuridisering

Minister Dekker wil dejuridiseren. Het huidige stelsel is ouderwets, te duur en werkt conflicten in de hand. Sleutelwoorden moeten zijn: de-escaleren, sneller, simpeler. De minister heeft een punt, maar het werkelijk probleem blijft onbelicht.

Het recht als Nokia

Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, vergelijkt onze juridische infrastructuur met de gsm van Nokia [1]. U weet wel, dat kleine betrouwbare apparaatje dat precies in een handpalm paste en nu al ontembare gevoelens van weemoed oproept. Het ooit zo grote Nokia ging ten onder, omdat het bleef focussen op bellen, terwijl de concurrentie allang slimmere apparaatjes had ontwikkeld.

Volgens minister Dekker zijn wij – juristen – vooral bezig met dat ene hopeloos ouderwetse kunstje – procederen genaamd – terwijl we onze tijd beter zouden kunnen besteden. Al die noeste arbeid lost namelijk niets op. Rechtszaken voeren kost vooral tijd en geld. Dat laatste is natuurlijk extra vervelend wanneer de overheid dat moet betalen, zeker als je bedenkt dat maar liefst 38 procent van de Nederlandse bevolking recht heeft op een gesubsidieerde advocaat.[2]

Dejuridisering als oplossing

De minister heeft daarom een plan bedacht.[3]  De sleutelwoorden zijn: dejuridisering, de-escalatie, vlotter, simpeler, béter! Wij – het juridische veld – moeten oplossingsgericht gaan werken.

Zo moeten burgers straks niet meer voor elk wissewasje naar een door de overheid betaalde advocaat kunnen stappen. Vergelijk het met griepje, daar ga je ook niet meteen mee naar het ziekenhuis. Je gaat naar de huisarts of beter nog … je haalt een drankje bij de drogist en wacht tot het vanzelf weer overgaat.

Daarom wil de minister dat er (meer en betere) online juridische platforms komen voor zelfredzame burgers, die daarmee hun eigen problemen gaan oplossen. Voor wie minder zelfredzaam is, komen er juridische spreekuren in de wijk.

Wie geen baat heeft bij een zelfhulpmiddeltje of buurthulp, moet naar een juridische huisarts die gaat onderzoeken of de kwaal ernstig genoeg is voor doorverwijzing naar een advocaat. Pas dan komt iets ingewikkelds als een rechtszaak in beeld.

Dejuridiseren heet dat. We moeten ophouden alles zo juridisch te benaderen. Als iemand bijvoorbeeld denkt dat hij te weinig toeslag heeft ontvangen, kan dat misschien met een paar telefoontjes worden opgelost, terwijl nu zomaar het hele juridische apparaat wordt gemobiliseerd.[4]

Boos, bezorgd en beledigd

Veel juridische professionals, lees: advocaten, zijn not amused. Men is boos, bezorgd, beledigd tegelijk. Los van de inhoud van de plannen is dat laatste natuurlijk wel te begrijpen. Vanuit het oogpunt van de psychologie is het niet zo tactisch van de minister een hele beroepsgroep af te schilderen als het brave trekpaard uit de achttiende eeuw. Oerdom dat wij massaal blijven doorploegen terwijl in de verte de machines komen aanrollen.

Maar goed, het gaat hier niet om tenen waarop getrapt wordt. Het gaat om iets veel groters. Het gaat om het probleem dat juridische problemen van mensen niet goed worden opgelost. Dat we leven in een rechtsstaat, maar dat het systeem bezig is vast te lopen.

En daarin heeft de minister volkomen gelijk. Mensen en bedrijven ervaren aan de lopende band problemen met het recht, terwijl de gang naar de rechter die niet afdoende oplost.

Het echte probleem

De vraag is alleen: hoe komt dat? Komt dat omdat de juridische wereld onnodig ingewikkeld zit te doen? Komt het door een pervers beloningssysteem voor toegevoegde advocaten, dat meer uitnodigt tot procederen dan overleggen? Of komt het door ons ouderwetse procesrecht, dat partijen tegen elkaar opzet én duur en traag is?

Best mogelijk dat alle antwoorden een beetje kloppen. Maar het echte antwoord, het moederantwoord zeg maar, staat er niet bij.

Het echte probleem is dat wij leven in alsmaar complexer worden maatschappij met een eindeloos uitdijende hoeveelheid regels. We blijven maar doen alsof wij de regels maken en onder controle hebben, maar in werkelijkheid is dat allang niet meer zo. Het netwerk van regels leidt allang een eigen leven en is voor veel mensen een doolhof geworden. Alleen specialisten kunnen je de weg wijzen in onderdelen van het netwerk en dan nog mag je blij zijn dat je niet verdwaalt.

Zomaar een voorbeeld

Zomaar een voorbeeld. Een vrouw komt bij mij omdat haar ex te weinig alimentatie betaalt, dat weet ze zeker. Partijen zijn allang niet meer on speaking terms, de vrouw is er klaar mee en wil naar de rechter. Ik leg haar uit dat het berekenen van de draagkracht van een ondernemer (haar ex is zzp’er) geen appeltje-eitje is en onzekere uitkomsten geeft. Ik vertel van de problematiek van de samengestelde gezinnen, ik leg haar uit dat haar ex ook zijn stiefkind moet onderhouden en ik spijtig genoeg niet kan voorspellen hoe dat gaat meetellen, omdat de jurisprudentie zeer casuïstisch is, zoals dat heet. Ik vraag haar naar woonlasten, haar eigen verdiencapaciteit, de (voorhuwelijkse) schulden, de zorgkorting en ga zo maar door. Het duizelt de vrouw en na anderhalf uur vragen en praten is zij nergens meer zeker van.

En nog één

Nog een voorbeeld. Een paar jaar geleden werd de manier om kinderalimentatie te berekenen eenvoudiger gemaakt doordat we niet meer met iemands werkelijke woonlasten gingen rekenen maar met een forfait. Dat moest leiden tot minder discussies in de trant van ‘zijn iemands woonlasten wel redelijk en kloppen ze wel’. En ook tot minder procedures, want niet elke verhuizing zou meer reden zijn voor een nieuwe alimentatieberekening. Uitstekend idee, zou je zeggen.

Intussen zijn we een jaar verder en zien we steeds meer uitspraken van rechters waarin toch de werkelijke woonlasten weer een rol spelen. Hoe dat kan? Simpel, omdat elk geval anders is en (sommige) rechters toch weer maatwerk gaan leveren wanneer men vindt dat het forfait onredelijk uitpakt.

Als je vervolgens bedenkt dat het onderwerp woonlasten slechts een van de soms vele discussiepunten is in alimentatieprocedures, begrijp je waarom de uitkomst van dergelijke zaken vaak akelig onvoorspelbaar is. Dit is tegelijk een van de redenen waarom een gang naar de rechter – voor ons gevoel – vaak geen echte oplossing biedt. Want behalve dat die lang duurt en duur is, worden rechterlijke uitspraken vaak simpelweg niet begrepen, of erger nog, komen als een complete verrassing.

Zo is een eindeloze hoeveelheid voorbeelden te noemen, de een nog pregnanter dan de ander. En precies dat is het probleem. Wij leven in een maatschappij die zoveel regels heeft geproduceerd dat we de samenhang ervan nauwelijks nog kunnen bevatten – het menselijke brein is daar eenvoudigweg niet toe in staat – terwijl die regels, we zijn immers een rechtsstaat, ondertussen wél toegepast en gehandhaafd moeten worden.

Zachte manieren om conflicten op te lossen

Daarom ben ik het – zij het om deels andere redenen – volledig met de minister eens: we moeten dejuridiseren en wel zo snel mogelijk.

We moeten andere manieren van conflictoplossing nóg meer gaan stimuleren. Vooral zachtere manieren. Manieren die minder rationeel zijn, maar een beter gevoel geven.

Wat je dan doet is die hele berg aan rechtsstatelijke regels even wegdenken. Neem de mevrouw uit het voorbeeld hierboven. We zetten haar tegenover haar ex en schuiven alle regels en jurisprudentie over alimentatie, draagkracht, behoefte, woonlasten, zorgkortingen en wat dies meer zij aan de kant. We stellen doodgewone vragen. Over wat zij belangrijk vindt, en wat hij. Wat er onder al die boosheid ligt. Hoe zij de toekomst zien. En of er uiteindelijk misschien een ‘eerlijke’ oplossing denkbaar is.

We duwen en trekken een beetje, niet te veel. Het luistert nauw. Maar als het lukt, dan heb je ook wat. Mooi is dat.

Wil je dit echt inbedden, dan moet je onze mentaliteit veranderen. Wij, die nu leven, zijn allemaal grootgebracht als individuen, bekleed met ontelbare rechten. Hoe vaak hoor ik niet ‘ik sta toch in mijn recht, ik wil gewoon mijn recht halen’. Begrijpelijk, ware het niet dat niemand meer weet wat recht is in al die verschillende, concrete gevallen. We moeten langzaamaan terug van individueel naar ietsjes meer samen. Van ‘ik heb recht op’ naar ietsjes meer gezamenlijk belang.

En dat bereik je niet met rechtszaken voeren. Wel door bijvoorbeeld kinderen op lagere scholen al te leren over conflicthantering.

Dapper

Het is dapper van minister Dekker dat hij probeert om écht iets te veranderen. De inzet op alternatieve manieren van conflictoplossing (zoals mediation) en een multidisciplinaire aanpak, is goed. Onontkoombaar.

Het plan om betere internetplatforms te maken en juridische spreekuren te organiseren is zeker het proberen waard. Maar omdat zo ongeveer elk juridisch probleem in potentie complex is geworden – en jammer genoeg niét met een paar telefoontjes op te lossen – is de uitvoering ervan cruciaal. De mensen die deze eerstelijnszorg moeten gaan uitvoeren, zullen – naast kennis van het recht – vooral andere vaardigheden nodig hebben.[5]

Naar de aangekondigde ‘rechtshulppakketten’ ben ik erg benieuwd. Goed nieuws is dat de middeninkomens die nu buiten de boot vallen, straks binnen het stelsel gaan vallen.[6]

Procederen … so old school?

Maar dan … het allerbelangrijkste.

Dat er meer aandacht komt voor eerstelijnszorg is heel goed. Maar hoe zit het met de tweedelijn? Is procederen old school geworden? Maar natuurlijk niet! Lang niet alle problemen zijn door mediation, buurtjuristen en spreekuurrechters op te lossen. Niet alle mensen zijn even ‘bemiddelbaar’. Hetzelfde geldt voor instanties en overheden want die bestaan ook uit mensen. En niet alle zaken zijn geschikt voor dejuridisering.

Een goed geoutilleerde, voor iedereen toegankelijke rechtsspraak is een van de essenties van het systeem. De rechter is het vangnet waar je – als niks anders heeft gewerkt – altijd op kunt terugvallen, onvoorwaardelijk. Het hart van de rechtsstaat. Het is dom en gevaarlijk om een rechtszaak af te schilderen als een middel dat erger is dan de kwaal. Natuurlijk kan en moet het moderner.[7] Maar dat doet allemaal niks af aan dat kostbare principe.

Wel is het nodig dat we op een andere manier naar de rechtspraak gaan kijken. Onze verwachtingen gaan herijken. De rechtspraak is geen productiefabriek van snelle oplossingen of ‘eerlijke’ uitspraken. De rechtspraak is die onafhankelijke, onpartijdige instantie die – als het echt niet anders kan – een moeilijke beslissing moet nemen over moeilijke regels. Beslissingen die door hun onderliggende complexiteit vaak weinig meer met individueel gevoelde rechtvaardigheid te maken hebben.[8]

De rechtsstaat kun je deels dejuridiseren, maar in zijn hart gelukkig niet.

Koester de rechtsspraak. Behandel hem met eerbied. Voed hem met aandacht én middelen. Zodat hij de nokia van de toekomst kan worden. Betrouwbaar en toch modern.


[1] Lees hier de toespraak die de minister hield in april 2018.

[2] 38% van de Nederlandse bevolking komt in aanmerking voor een toegevoegde advocaat of mediator, waarbij de overheid een (groot) deel van de kosten betaalt. Bron: monitor gesubsidieerde rechtsbijstand 2017, Raad voor Rechtsbijstand.

[3] Brief van de Minister d.d. 9 november 2018 aan de Tweede Kamer inzake Contouren herziening stelsel gefinancierde rechtsbijstand, hier te downloaden:  herziening-stelsel-gefinancierde-rechtsbijstand-2018.pdf (222 downloads)

[4] De minister noemt dit als voorbeeld in zijn toespraak van 9 november 2018:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2018/11/09/toespraak-minister-dekker-bij-presentatie-modernisering-rechtsbijstand

[5] We moeten wel kritisch blijven kijken naar wat wel resp. niet via het internet door mensen zelf kan worden opgelost. Dat de meeste mensen juridisch zelfredzaam zijn, is natuurlijk een illusie, gezien de complexiteit van de regelgeving.

Over de online echtscheidingsplatforms: uit eigen waarneming en die van collega’s weet ik hoe mis dat kan gaan. De brokken kunnen vervolgens worden opgeruimd door de advocatuur, doorgaans tegen het (belachelijk lage) toevoegingstarief.

[6] In de plannen staat dat deze groep een kostendekkende bijdrage gaat betalen (en zodoende dus geen commercieel advocatentarief hoeft te betalen).

[7] Elke advocaat (ik vermoed: ook rechter) zit met smart te wachten op het moment dat er digitaal geprocedeerd kan worden en natuurlijk zullen we straks nog meer geholpen worden door apps en algoritmes.

[8] Ons gevoel voor rechtvaardigheid werkt goed in eenvoudige structuren waar de variabelen bekend zijn. Het is niet toegerust op het appreciëren van uitkomsten van ingewikkelde afwegingen of algoritmes.

Jij bent toch advocaat?

11 november 2017 familierecht, Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Jij bent toch advocaat?

Jij bent toch advocaat?

Onlangs zat ik op een terras. Nazomer. Relaxmomentje. De eigenaar van het koffiehuis komt vragen wat ik wil drinken. Zelfde als altijd? Ja, een cappuccino graag. Hij en ik maken soms een praatje. Dit praatje loopt anders. Terwijl hij al wegloopt draait hij zich om: “Zeg, jij bent toch advocaat?” En zonder het antwoord af te wachten: “Mensen doen tegenwoordig niks anders als scheiden. En de enigen die er rijk van worden zijn advocaten en rechters.”

Pardon?

Ik frons. Half lachend: “Nou, dat geldt niet voor mij, hoor.” Maar hij hoort me niet, hij praat. Hij heeft een beeld. Zoals wel meer mensen dat hebben. Van advocaten, rechters, politici, die vooral hun eigen financiële belangen behartigen.

Ik hoor zijn tirade aan. En denk: hij moest eens weten …

Onderbetaald

Hij moest eens weten dat advocaten die zaken doen op basis van een toevoeging, al jaren zwaar worden onderbetaald. Zeker in het familierecht staat de beloning in geen enkele verhouding tot de hoeveelheid werk die de advocaat moet doen.

Hij moet ook weten dat verreweg de meeste van die advocaten – is mijn ervaring – niet beknibbelen op de uren in een zaak. Ze maken zich er niet met een jantje-van-leiden vanaf. Ze zijn betrokken, knokken voor elke cliënt.

Maatschappelijke functie

Mijn praktijk bestaat voor ongeveer de helft uit toevoegingen. Waarom ik die zaken doe? Simpel. Omdat ik vind dat iedereen, of hij nou veel of weinig verdient, recht heeft op goede rechtsbijstand. Omdat ik vind dat het hoort bij de maatschappelijke functie die je hebt als advocaat, bij het procesmonopolie dat de wet ons geeft. Duur gezegd: noblesse oblige. Een kwestie van idealen ook.

Maar dan de praktijk.

Praktijk

Met een gemiddelde echtscheiding ben je als advocaat als snel twintig tot vijfentwintig uur bezig, met soms uitschieters naar boven. Hoe dat kan? Eenvoudig. De ‘gemakkelijke’ scheidingen worden via mediation geregeld. De moeilijke zaken met veel conflicten en hoogoplopende emoties, komen uiteindelijk bij een advocaat terecht.

De vergoeding per toegevoegde zaak houdt daar totaal geen rekening mee.

Concreet: voor een echtscheiding op toevoegingsbasis krijgt de advocaat een vaste vergoeding van de overheid, te weten tien uren à € 105,61 bruto per uur. Vertaald naar het werkelijk aantal uren verdient de advocaat dus zo’n € 45 bruto per uur. Let wel: daar moeten alle praktijkkosten (denk aan huisvesting, ICT, opleiding, abonnementen, verzekeringen, personele ondersteuning) én de inkomstenbelasting nog vanaf. Ronduit geestig is ook de kilometervergoeding voor reizen naar de rechtbank: € 0,09 per km.

De gevolgen laten zich raden.

Gevolgen

Als mijn familiepraktijk alleen uit toevoegingen zou bestaan, zou ik beter ander werk kunnen gaan doen.

Ik ben noodgedwongen selectief geworden in het aannemen van toevoegingszaken. Met pijn in het hart, want het voelt niet goed om mensen weg te sturen.

Ik moet bezuinigen op zaken die mij ontlasten, zoals secretariële ondersteuning.

En last but not least, de cliënten die mijn werk zelf moeten betalen subsidiëren feitelijk voor een stukje de toevoegingspraktijk. Ofwel ik zou een nog lager uurtarief voor betalende cliënten kunnen hanteren, als de toevoegingsuren fatsoenlijk vergoed zouden worden.

Politiek

Het onderwerp staat op de politieke agenda. Onlangs kwam de commissie Van der Meer met haar eindrapport. Daaruit bleek, ik citeer: ‘Het stelsel vertoont ernstig achterstallig onderhoud. De bekostigingsnormen per zaak zijn circa 20 jaar oud en niet meer ‘bij de tijd’. Advocaten besteden gemiddeld veel meer tijd aan hun zaken dan zij krijgen vergoed. Het door de regering als redelijk genormeerde jaarinkomen is daardoor binnen het huidige stelsel niet haalbaar.’

Globaal genomen krijgen advocaten voor de helft (!) van de gewerkte toevoegingsuren niet betaald. Voor insiders niet verrassend natuurlijk.

Het punt is, je kunt dit allemaal wel leuk laten onderzoeken, maar tot nu toe heeft de overheid steeds gezegd ‘er komt geen geld bij, er gaat hooguit af’.

Investeren

Het is oneindig belangrijk dat mensen vertrouwen houden in het functioneren van ons ingewikkelde rechtssysteem. Dat ze – als niks anders werkt – de rechter kunnen vragen om een beslissing te nemen.

Ik snap heel goed dat het ook oneindig lastig is om een goed functionerend systeem te bedenken. Het perfecte systeem bestaat niet. Er zullen altijd mankementen en ‘perverse prikkels’ zijn.

Maar feitelijk is er geen keus: de overheid moét investeren in wat heet de toegang tot het recht.  Een fatsoenlijke beloning voor de mensen die het werk doen, hoort daar gewoon bij.

Cappuccino

Tegenwoordig informeer ik een cliënt niet alleen over wat vanuit zijn perspectief belangrijk is – de hoogte van de eigen bijdrage – ik vertel ook over de vergoeding die de advocaat per zaak ontvangt. Zodat men snapt dat ik zo efficiënt mogelijk moet werken en (helaas!) weinig tijd aan aanpalende (sociale en emotionele) problemen kan besteden.

Mijn ervaring is trouwens dat die informatie altijd nieuw is. Ik denk dat de meeste mensen geen flauw idee hebben van de beloningsperikelen in de gefinancierde rechtspraktijk.

Zo ook de eigenaar van het koffiehuis. Met hem en mij kwam het trouwens goed. Gelukkig maar, want zijn de cappuccino is heerlijk.