Tag: alimentatie

Wet Herziening Partneralimentatie aangenomen

7 juni 2019 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Wet Herziening Partneralimentatie aangenomen

Wet Herziening partneralimentatie

De Wet Herziening partneralimentatie is door de Eerste Kamer aangenomen en treedt waarschijnlijk per 1 januari 2020 in werking.

Dit zijn de hoofdpunten.

Twaalf jaar wordt vijf jaar

Op dit moment duurt het recht op partneralimentatie in beginsel twaalf jaar, te rekenen vanaf de datum van de echtscheiding. Die hoofdregel verandert. Twaalf jaar wordt vijf jaar. Van alimentatiegerechtigden wordt verwacht dat zij binnen vijf jaar na een echtscheiding in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

Drie uitzonderingen

Er zijn drie uitzonderingen op de hoofdregel, bedoeld voor kwetsbare groepen alimentatiegerechtigden. Van deze groepen kan niet worden verwacht binnen vijf jaar na de scheiding financieel zelfstandig te zijn. Voor hen geldt daarom een langere alimentatietermijn van maximaal tien of twaalf jaar.

Eerste uitzondering: alimentatiegerechtigde dichtbij de aow-leeftijd

Wanneer partijen op het moment van het echtscheidingsverzoek langer dan vijftien jaar zijn getrouwd en de alimentatiegerechtigde maximaal tien jaar is verwijderd van haar/zijn AOW-leeftijd, duurt het recht op partneralimentatie tot aan die AOW-leeftijd. De maximale alimentatieduur is hier dus tien jaar.

De achterliggende gedachte is duidelijk: het gaat hier om relatief lange huwelijken waarbij de alimentatiegerechtigde – dat zal meestal de vrouw zijn – niet ver is verwijderd van de pensioenleeftijd.

Tweede uitzondering: alimentatiegerechtigde geboren op/voor 1 januari 1970

Wanneer partijen op het moment van het echtscheidingsverzoek langer dan vijftien jaar zijn getrouwd en de alimentatiegerechtigde is op of voor 1 januari 1970 geboren, dan is er recht op tien jaar alimentatie in plaats van vijf jaar.

Het gaat hier om een overgangsregeling voor hen die op 1 januari 2020 ouder zijn dan vijftig jaar. De groep waarvoor deze regeling geldt wordt met het verstrijken van de tijd logischerwijs steeds kleiner.

Derde uitzondering: kinderen jonger dan twaalf jaar

Als de kinderen die uit het huwelijk zijn geboren nog niet allemaal twaalf jaar zijn, duurt het recht op alimentatie net zolang totdat het jongste kind twaalf jaar wordt. De maximale alimentatietermijn is hier dus twaalf jaar.

De achterliggende gedachte is helder: wanneer de kinderen naar de middelbare school gaan wordt ook de verzorgende ouder geacht fulltime te kunnen (gaan) werken.

Hardheidsclausule

In de nieuwe wet staat een hardheidsclausule. Dat wil zeggen: wanneer de nieuwe regels volstrekt onredelijk uitpakken, kan de rechter de alimentatietermijn verlengen.

Er zijn diverse voorbeelden genoemd van situaties waarin de rechter de hardheidsclausule kan toepassen. Bijvoorbeeld: de alimentatiegerechtigde heeft de zorg voor een ziek of gehandicapt kind of is mantelzorger voor andere familieleden. Of: de alimentatiegerechtigde is voor of tijdens het huwelijk arbeidsongeschikt geworden.

Verandert er verder nog iets?

Verder blijven de regels ongewijzigd. Ook de berekeningssystematiek van partneralimentatie blijft dus hetzelfde.

Wanneer gaan de nieuwe regels gelden?

De nieuwe wet wordt waarschijnlijk op 1 januari 2020 van kracht.

Voor wie geldt de wet?

De nieuwe wet is alleen toepassing op ‘nieuwe’ gevallen. Dat wil zeggen: wanneer het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend na 1 januari 2020 of wanneer partijen na deze datum samen afspraken maken over de partneralimentatie.


Indexering alimentatie 2019 2%

5 november 2018 familierecht Reacties uitgeschakeld voor Indexering alimentatie 2019 2%

Indexering alimentatie 2019

Alimentatiebedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari verhoogd met een percentage dat door de overheid wordt vastgesteld. Dit heet de wettelijke indexering. Dit gebeurt omdat prijzen en lonen ook stijgen door inflatie. Uw ex-partner is verplicht om het geïndexeerde bedrag te betalen.

Voor 2019 is de indexering vastgesteld op 2%.

Wanneer wordt de alimentatie niet geïndexeerd?

In sommige situaties wordt de alimentatie niet automatisch verhoogd.

U kunt samen afspreken dat de wettelijke indexering niet of een tijdlang niet geldt. Of u kunt samen samen kiezen voor een ander percentage of andere manier van verhoging, bijvoorbeeld door de alimentatie te koppelen aan de loonstijging van de alimentatiebetaler. Dergelijke afspraken moeten wel schriftelijk zijn vastgelegd.

Ook de rechter kan bepalen dat de alimentatie niet wordt geïndexeerd. Een reden is bijvoorbeeld dat de alimentatieplichtige een vast inkomen heeft dat niet meegaat met het loon- en prijspeil.

Hoe zorgt u ervoor dat uw ex-partner de verhoging (tijdig) betaalt?

Het is verstandig om uw ex-partner ruim van te voren – ergens in november of december – te laten weten welk bedrag hij/zij per 1 januari moet gaan betalen. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) biedt een handige tool om de gewijzigde alimentatie zelf uit te rekenen.

Mocht uw ex ondanks aanmaningen weigeren de indexering te betalen, dan kunt u bij het LBIO terecht voor inning van achterstallige alimentatie. Er moet in zo’n geval wel een beschikking van de rechter zijn, waarin de alimentatie is vastgesteld. Heeft u alleen een getekende overeenkomst met daarin de alimentatieafspraken, dan moeten deze alsnog door de rechter worden bekrachtigd. Pas daarna kan het LBIO in actie komen.

Wet Herziening Partneralimentatie: stand van zaken

17 juni 2018 familierecht, Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Wet Herziening Partneralimentatie: stand van zaken

Twaalf wordt vijf jaar

Eindelijk weer een stap in een lang, lang proces. Na ruim een jaar radiostilte is het oorspronkelijke wetsvoorstel om de partneralimentatie ingrijpend te wijzigen, opnieuw vereenvoudigd. De Nota naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer is onderaan deze pagina te downloaden.

Het voorstel is teruggebracht tot één eenvoudige maatregel: de maximale alimentatieduur gaat van twaalf naar vijf jaar.

Vijf jaar tenzij …

Er zijn twee uitzondering op de hoofdregel van maximaal vijf jaar.

Ten eerste. Bij huwelijken die langer hebben geduurd dan vijftien jaar en waarbij alimentatiegerechtigde maximaal tien jaar is verwijderd van de aow-gerechtigde leeftijd, duurt de alimentatieplicht tot aan het bereiken van die leeftijd met een maximum van tien jaren.

Ten tweede. Als de echtgenoten jonge kinderen hebben, duurt de alimentatieplicht totdat het jongste kind twaalf jaar is. Of als dit korter is dan vijf jaar, uiteraard vijf jaar.

Alle andere wijzigingsvoorstellen – zoals het veranderen van de berekeningssystematiek en de ‘proefperiode’ voor samenwoners – zijn vervallen.

Nieuwe regels en ‘oude’ gevallen

Wat wel is gebleven: voor ‘oude’ gevallen blijven de huidige regels gelden. Ofwel: wie is gescheiden vóórdat de nieuwe regels gaan gelden, is gebonden aan de oude regels en moet dus maximaal twaalf jaar alimentatie betalen.

Wanneer weten we zeker of de nieuwe regels gaan gelden?

Het wetsvoorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer. Op 27 juni 2018 wordt het voorstel plenair behandeld; een tweede plenaire behandeling zal plaatsvinden na het zomerreces. Als de Tweede Kamer het voorstel aanneemt, gaat het naar de Eerste Kamer. Hoe lang dit allemaal gaat duren, valt niet te zeggen.

Zie hier onze eerdere blogs over dit onderwerp.

Nota-n.a.v.-het-verslag-Wet-herziening-partneralimentatie.pdf (130 downloads)

Partneralimentatie en kindgebonden budget

13 augustus 2017 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Partneralimentatie en kindgebonden budget

Kortsluiting bij partneralimentatie en kindgebonden budget

Wij mensen maken het recht. Het recht is er om ons te dienen, nietwaar?

Toch is er steeds vaker iets vreemds aan de hand. Het recht gedraagt als een enorm uitdijend netwerk dat bezig is zijn eigen leven te gaan leiden. Wanneer ergens in de kluwen een schakeltje wordt omgezet, kan elders zomaar kortsluiting ontstaan.

Neem het dossier alimentatie en kindgebonden budget. Een minidrama in vogelvlucht.

De aanleiding

Een paar jaar geleden besloot de overheid de kindregelingen te vereenvoudigen. Een aantal ervan werd afgeschaft. In de plaats daarvan werd o.a. het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders fors opgehoogd. Het kindgebonden budget (kgb) is een netto toeslag op het inkomen, net als de huurtoeslag en zorgtoeslag.

Mooi zou je zeggen, elke vereenvoudiging is welkom. Klopt, ware het niet dat niemand van tevoren had bedacht dat deze vereenvoudiging elders in het netwerk kortsluiting zou veroorzaken en wel bij het berekenen van alimentatie … een onderwerp dat toch al standaard voor hoofdbrekens zorgt.

Kinderalimentatie en kindgebonden budget

De problemen begonnen bij de kinderalimentatie. Bij de berekening daarvan kijk je altijd eerst: hoeveel kosten de kinderen [i]?Dat bedrag is de maximale alimentatie. De vraag die met de introductie van het hoge kindgebonden budget opkwam: moest je nou dat hele kgb, oplopend tot wel € 450 per maand, beschouwen als een potje om de kosten van de kinderen mee te betalen? Anders gezegd: verminderde dat hoge kgb 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie? Een ‘ja’ zou betekenen dat alleenstaande ouders met een hoog kgb plotseling veel minder kinderalimentatie zouden krijgen.

De Trema-normen, intussen aangepast aan gewijzigde kindregelingen, zeiden: ja, het kgb is er om de kinderkosten mee te betalen en vermindert dus 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie. Gevolg was dat veel alimentatiebetalers, doorgaans vaders, naar de rechter stapten om de alimentatie te laten verlagen. Aanvankelijk met succes.

Maar hier werd al snel een stokje voor gestoken. Veel rechters en advocaten meenden dat dit niet de bedoeling kon zijn. Want terwijl het inkomen van een alleenstaande ouder nauwelijks was gewijzigd (het hoge kgb kwam immers in de plaats van andere voordelen) ging de kinderalimentatie opeens omlaag, soms wel met een paar honderd euro per maand. Gevolg was dat sommige rechters de Trema-normen links lieten liggen. Ze gingen verschillend oordelen, de een deed zus, de ander zo. Verwarring alom.

Hoge Raad I

Er zat niks anders op dat de principiële vraag voor te leggen aan ons hoogste rechtscollege. De Hoge Raad antwoordde snel en duidelijk: het kgb is bedoeld als inkomensondersteuning. Daarom telt het bij de berekening van kinderalimentatie mee als inkomen bij de alimentatieontvanger en kan het voor allerlei kosten (zoals eten, drinken, wonen) worden gebruikt en is het niet alleen bestemd voor de kosten van de kinderen. Ergo: het kgb vermindert niet 1-op-1 de aanspraak op kinderalimentatie.

Dit was een uitspraak die iedereen wel kon begrijpen. Reuze vervelend alleen dat nogal wat alimentatiebetalers opnieuw naar de rechter of mediator moesten om de eerder te laag vaststelde alimentatie te laten wijzigen.

Partneralimentatie en kindgebonden budget

Was toen alles opgelost? Nou nee, want toen kwam de volgende vraag, en wel een die veel weg had van de vorige. Dat zit zo. Het kan zijn dat degene die aanspraak heeft op kinderalimentatie – meestal de vrouw – een hoger bedrag aan kgb ontvangt dan haar aandeel in de kosten van de kinderen bedraagt (dit is af te lezen uit de berekening van kinderalimentatie). De vraag is dan: als je vervolgens de partneralimentatie berekent, telt dit surplus aan kgb dan mee als inkomen van de ontvanger, waardoor de aanspraak op partneralimentatie minder wordt? Of moet je het kgb helemaal buiten beschouwing laten, omdat het voor de kinderen is bestemd?

Opnieuw een periode van onzekerheid: de ene rechter oordeelde zus, de ander zo. Daarom werd ook deze vraag in aller ijl voorgelegd aan de de Hoge Raad, die op 7 juli jl. antwoord gaf. Een antwoord dat allesbehalve verlossend lijkt.

Hoge Raad II

Wie had gedacht dat de Hoge Raad in lijn met zijn uitspraak over de kinderalimentatie zou zeggen: ‘het kgb is een inkomensondersteunende maatregel en dus telt het surplus mee als inkomen van de alimentatieontvanger’, die komt bedrogen uit. De Hoge Raad constateert dat het bedrag aan kgb afhangt van het inkomen van degene die er recht op heeft en dat dit inkomen onder meer bestaat uit …. juist ja, partneralimentatie. Ofwel hoe meer alimentatie iemand krijgt, hoe lager de aanspraak op kgb. En daar zit volgens de Hoge Raad de crux: het is niet de bedoeling om de overheid op kosten te jagen daar waar een ex-partner ook ruimte heeft om te betalen. Zo is het ook bij de zorg- en huurtoeslag, die tellen ook niet mee als inkomen bij het berekenen van alimentatie [ii].

Dit alles leidt tot de wonderlijke slotsom dat bij kinderalimentatie het kgb wordt gezien als inkomen van de alimentatieontvanger om de alimentatie zo hoog mogelijk te krijgen, terwijl bij partneralimentatie het surplus aan kgb opeens geen inkomen meer is om precies dezelfde reden. Bovendien – en nu wordt het bont – geldt dit volgens de Hoge Raad zelfs wanneer de alimentatieontvanger uiteindelijk meer te besteden heeft dan de betaler, omdat deze anders indirect toch zou meeprofiteren van het kgb. Met andere woorden: ook bij de zgn. jusvergelijking telt het kgb niet mee als inkomen.

(Als u het niet meer begrijpt, geen zorg, u bent in goed gezelschap …)

Onlogisch

De uitkomst van Hoge Raad II is onlogisch.

Ten eerste. De afgeschafte alleenstaande ouderkorting – een korting op de inkomstenbelasting – telde logischerwijs mee bij het inkomen van de partneralimentatieontvanger [iii]. Waarom het hoge kgb dat hiervoor in de plaats in gekomen dan niet? Of is dit ‘gewoon’ de bijvangst (leuk voor de overheid) van de operatie vereenvoudiging-kindregelingen?

Ten tweede. Zoals gezegd kan het kgb meer bedragen dan de ontvanger kwijt is aan kinderkosten [iv]. Maar bij de berekening van partneralimentatie wordt dat restdeel gewoon weggegumd. Dat klopt toch niet? Nee hoor, zegt de Hoge Raad, zo moet je dat niet zien: kinderkosten worden immers forfaitair (Nibud) berekend en kunnen dus in werkelijkheid hoger zijn. Jaha, zo kan ik het ook. Dat is wat je noemt tussentijds de spelregels veranderen. We berekenen de kinderkosten altijd forfaitair, maar uuh nu even niet …

Echt oneerlijk wordt het wanneer de alimentatieontvanger onder de streep meer overhoudt dan de betaler en het kgb-surplus niet in de jus mag worden gebruikt.

De praktijk

Grote praktische vraag is natuurlijk: in hoeveel gevallen speelt deze partneralimentatie-problematiek eigenlijk en wat zijn dan de financiële consequenties per geval? Ik weet het niet, maar het kan zijn dat we bezig zijn ons het hoofd te breken over moeilijke theorie, terwijl het in werkelijkheid weinig zal voorkomen dat een surplus aan kgb tot een lagere partneralimentatie leidt. En – mocht dat al zo zijn – dat het gaat om kleine bedragen gaat. Best mogelijk dat een heel leger juristen bezig is na te denken over een probleem waarvan we de (financiële) impact niet kennen, een impact die misschien gering is.

Vertrouwen

Punt is – en dan zijn we terug bij af – dat niks van dit alles van tevoren bedacht, laat staan zo bedoeld is. Dit hele gedoe is louter en alleen het onbedoelde gevolg van een herschikking elders in het systeem van regels. Beangstigend als je er over nadenkt. Want behalve dat het mensen boos maakt en op kosten jaagt, holt het uiteindelijk ons vertrouwen in het recht uit. Terwijl juist vertrouwen de brandstof is van het hele systeem.


Naschrift: zie ook het blog Alimentatie en de f(r)ictie van de toeslagen. Ook de huur- en zorgtoeslag tellen sinds jaar en dag niet mee als inkomen aan de kant van de alimentatieontvanger. Wanneer er daarnaast ook een substantieel surplus aan kindgebonden budget is, kan er zomaar zo’n € 600 netto per maand buiten de berekening blijven.

[i] Voor de kinderkosten zijn Nibudtabellen: afhankelijk van de hoogte van het gezinsinkomen laten de tabellen zien hoeveel een kind gemiddeld per maand kost.

[ii] Al in 1995 besloot de Hoge Raad dat de huur- en zorgtoeslag niet meetellen als inkomen bij de alimentatiegerechtigde, omdat deze toeslagen van ‘aanvullende aard’ zijn. Ook hier is de redenering: als de alimentatieplichtige ruimte heeft om te betalen, is het niet aan de overheid om dat te doen. De huur- en zorgtoeslag tellen wel mee bij de jusvergelijking.

[iii] Voor werkenden gold de alleenstaande ouderkorting. Alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering kregen een toeslag op de uitkering. In beide gevallen telde die korting resp. toeslag als inkomen mee bij de partneralimentatie.

[iv] Voor een geval waarbij het kgb hoger was dan het aandeel van de vrouw in de kosten van de kinderen zie bijv. deze casus die speelde bij het Hof Arnhem-Leeuwarden.

 

 

 

 

 

 

Wet Herziening Partneralimentatie: update

4 mei 2017 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Wet Herziening Partneralimentatie: update

Wet Herziening Partneralimentatie: wat vooraf ging

Een korte update over het wetsvoorstel herziening partneralimentatie. Hoe zit het ook al weer?

In het aanvankelijke wetsvoorstel ging het huidige systeem rigoureus op de schop. De hoogte van de alimentatie zou berekend gaan worden op basis van verlies aan verdiencapaciteit – dat wil zeggen: wat had iemand kunnen verdienen als hij/zij niet was getrouwd? – en dus niet meer op basis van de welstand tijdens het huwelijk. De duur van de alimentatie ging terug naar van twaalf jaar naar ‘maximaal vijf jaar, tenzij’. Gevolg: in veel gevallen zou er geen aanspraak of een veel lagere aanspraak zijn op alimentatie.

De Raad van State had harde kritiek. Samengevat: het is nog steeds zo dat mannen meer werken dan vrouwen en zolang veel vrouwen nog niet economisch zelfstandig zijn, moet er een goed alimentatievangnet blijven.

Gewijzigd wetsvoorstel

Er ligt intussen een gewijzigd wetsvoorstel. De indieners hebben geluisterd naar de kritiek.

Dit zijn de hoofdpunten van het gewijzigde voorstel.

  • Aan de hoogte van de partneralimentatie wordt niet getornd. Grondslag blijft de welstand tijdens het huwelijk en dus niet een verlies aan verdiencapaciteit
  • De verkorting van de alimentatieduur van twaalf jaar naar ‘maximaal vijf jaar tenzij’ wordt gehandhaafd. 
  • Als de omstandigheden wijzigen kan er – net als nu – wijziging van de alimentatie worden gevraagd.
  • Er komt een proefperiode van een half jaar voor samenwoners. De regel is nu: als de alimentatiegerechtigde gaat samenwonen vervalt het recht op partneralimentatie definitief. Het voorstel is: het recht op alimentatie vervalt pas na zes maanden samenwonen, mits de alimentatiegerechtigde vooraf melding heeft gedaan van het samenwonen.
  • Er komt geen mogelijkheid om vooraf – bijvoorbeeld bij huwelijkse voorwaarden – het recht op partneralimentatie uit te sluiten.
  • Net als in het oorspronkelijke voorstel geldt de nieuwe wet geldt alleen voor nieuwe echtscheidingen.

Grootste pijnpunt

Het gewijzigde voorstel pakt – terecht – het grootste pijnpunt van het huidige systeem aan: de standaard alimentatieduur van maar liefst twaalf jaar, óók wanneer er geen jonge kinderen zijn. Verder blijft alles grotendeels bij het oude.

Maatschappijbeeld

Ons denken over partneralimentatie hangt sterk samen met ideologie, met politiek. Hoe vinden we dat onze maatschappij eruit moet zien? Wat is rechtvaardig? Is het feit dat je getrouwd bent geweest voldoende reden om na een scheiding nog een tijdlang de verantwoordelijkheid te dragen voor het levensonderhoud van de ander? Hoe ziet die verantwoordelijkheid er dan uit? En hoelang duurt die?

Bij kinderalimentatie is het een stuk simpeler: ouders moeten naar vermogen (financieel) voor hun kinderen zorgen, ook als ze gaan scheiden. Er zullen maar weinig mensen zijn die het oneens zijn met dit principe, hooguit wordt er gesteggeld over de berekening wat een ouder kan betalen.

Over partneralimentatie kun je in de basis heel verschillend over denken. Dat blijkt wel. Wordt vervolgd!


Lees ook de eerdere blogs over dit onderwerp

Wetsvoorstel partneralimentatie 

Eerste update wetsvoorstel partneralimentatie 

 

Kindgebonden budget en alimentatie: alweer gedoe!

28 februari 2016 familierecht Reacties uitgeschakeld voor Kindgebonden budget en alimentatie: alweer gedoe!

Kindgebonden budget … alweer gedoe

Vorig jaar ontstond veel discussie over de manier waarop het kindgebonden budget (KGB) moet meetellen in de berekening van kinderalimentatie. De Hoge Raad moest er aan te pas komen om duidelijkheid te brengen. Maar nu blijkt dat die uitspraak van de Hoge Raad zelf weer tot discussie leidt met als gevolg opnieuw onzekerheid voor mensen die met alimentatie te maken hebben.

Wat vooraf ging: de uitspraak van de Hoge Raad

Per 1 januari 2015 is er voor alleenstaande ouders met een laag inkomen recht op een hoog kindgebonden budget (KGB). Hoog wil zeggen: honderden euro’s, tot wel € 450 per maand.

Dat gaf vorig jaar een boel discussie, want op welke manier moest dat KGB nou meetellen bij de berekening van kinderalimentatie? Een nogal technisch verhaal, maar simpel gezegd: als je het KBG zou zien als een bedrag dat echt bedoeld was voor de kosten van kinderen, dan moet je het rechtstreeks aftrekken van wat de kinderen nodig hebben, met als gevolg een laag bedrag aan kinderalimentatie, ook wanneer de andere ouder best meer alimentatie zou kunnen betalen. Zie je het KGB daarentegen als ondersteuning van het gezinsinkomen, dan moet je het optellen bij het inkomen van de alimentatieontvanger en krijg je een ander, vaak veel hoger bedrag aan alimentatie.

Rechters oordeelden verschillend. Met als gevolg: grote rechtsonzekerheid én ongelijke behandeling van gelijke gevallen.

De Hoge Raad moest de knoop doorhakken. Dat deed hij op 9 oktober 2015. De Hoge Raad zei: het KGB is een inkomensondersteunende maatregel en moet dus bij het inkomen van de alimentatieontvanger worden opgeteld. Het gevolg was dat veel eerder vastgestelde alimentaties opnieuw konden worden berekend en vaak hoger uitkwamen.

Allemaal heel vervelend voor betrokkenen, maar zou je zeggen: nu is er tenminste duidelijkheid.

Tja …………………

Uitspraak leidt tot nieuwe discussie

Je zou het haast niet geloven maar de uitspraak van de Hoge Raad heeft tot een nieuwe discussie geleid. Want wat te doen met het KGB bij het berekenen van partneralimentatie? Telt dat KBG mee als inkomen van de alimentatieontvanger of niet? Voor de duidelijkheid: bij partneralimentatie wordt de behoefte aan alimentatie (d.i. hoeveel heeft iemand nodig) meestal bepaald door 60% te nemen van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk. Van die behoefte moet je vervolgens het eigen inkomen (na de scheiding) aftrekken, wat logisch is want voor zover iemand in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien is er natuurlijk geen behoefte aan een bijdrage van de ex-partner..

Het maakt dus uit of je het KGB aftrekt van de behoefte of juist buiten beschouwing laat. Aftrekken betekent: een lagere behoeftigheid en dus een lagere alimentatieaanspraak.

Dat hier verschillend over gedacht kan worden, blijkt intussen uit uitspraken van rechters. Voorbeeld: het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zegt: KGB moet worden afgetrokken van de behoefte. Voorbeeld: het gerechtshof Den Haag zegt: het KGB telt niet mee.

Wat nu?

Het maakt alweer verschil bij welke rechter je terecht komt met een alimentatiegeschil. Dat mag natuurlijk niet. Het zou dus goed zijn als deze vraag zo snel mogelijk aan de Hoge Raad wordt voorgelegd.

Iets anders maar niet minder belangrijk: dit probleem laat ‘prachtig’ zien hoe complex onze regels zijn geworden. Ons recht is als alsmaar uitdijend bouwwerk met veel te veel architecten en miljoenen bewoners met eigen wensen. Een bouwwerk met sluiproutes, wenteltrappen en donkere kamers. Een bouwwerk met een zo langzamerhand griezelig gebrekkige constructie: als je op de ene plek een steen weghaalt, stort elders een muur in.

Waarmee wij op ons stokpaard komen. Wij moeten het recht beheersen en niet andersom. Maak de regels niet nodeloos ingewikkeld en voorzie ze van een ‘gebruiksaanwijzing’ die iedereen snapt.

Laat ons recht alsjeblieft geen doolhof worden!

Heeft u vragen over kinder- of partneralimentatie: bel of mail met Hedy Bollen.

echtscheiding, alimentatie

ADVOCAATKOSTEN ALIMENTATIE AFTREKBAAR?

30 januari 2016 familierecht Reacties uitgeschakeld voor ADVOCAATKOSTEN ALIMENTATIE AFTREKBAAR?

Zijn advocaatkosten in alimentatiezaken aftrekbaar?

Hoe zat het ook al weer, welke advocaatkosten zijn aftrekbaar als het gaat om zaken over alimentatie?

Simpel gezegd is het zo. De advocaatkosten die iemand maakt om inkomen uit partneralimentatie te verkrijgen of te behouden zijn aftrekbaar. De advocaatkosten van iemand die partneralimentatie moet betalen en die deze alimentatie (opnieuw) wil laten vaststellen, zijn niet aftrekbaar.

Voorbeeld: stel een man wil de partneralimentatie laten herzien door de rechtbank, omdat hij minder is gaan verdienen. De vrouw, zijn ex-partner, is het daar niet mee eens en voert verweer. Beide partijen hebben een advocaat en dus kosten. De vrouw mag die kosten aftrekken van de belasting, de man niet. Voorbeeld: de vrouw vraagt in een echtscheidingsprocedure om een x-bedrag aan partneralimentatie, de man zegt dat hij slechts een y-bedrag kan betalen. Ook hier geldt: de vrouw kan de kosten die specifiek met dit onderwerp te maken hebben van de belasting aftrekken, de man niet.

Samengevat: voor de ontvanger zijn de kosten wel aftrekbaar, voor de betaler niet. Dat volgt uit de Wet Inkomstenbelasting en is in vele juridische procedures door de hoogste rechter bevestigd.

Onrechtvaardig

Maar dat is onrecht, wordt vaak gezegd. Hoe moet je aan mensen uitleggen dat de ene (ex)partner zijn advocaatkosten mag aftrekken, maar de andere (ex)partner in diezelfde zaak niet?

Er zijn allerlei argumenten aangevoerd bij de Hoge Raad. Dit systeem zou de vrije toegang tot het recht belemmeren. Het zou mannen (vaak betalers) discrimineren ten opzichte van vrouwen (vaak ontvangers). Maar tot nu toe heeft de Hoge Raad altijd de tekst van de wet gevolgd en stonden de betalers (vaak mannen dus) met lege handen.

Nieuwe zaak

En nu ligt deze vraag opnieuw bij de Hoge Raad. Het advies van de Advocaat-Generaal is er al en dat is negatief voor degenen die partneralimentatie moeten betalen. De AG zegt: er is niks veranderd en dus is de wet de wet en daar houden we ons aan.

Meestal volgt de Hoge Raad het advies van de Advocaat-Generaal. We wachten de uitspraak met spanning af. En hopen dat de Hoge Raad een verrassing brengt.

Nog even voor alle duidelijkheid: advocaatkosten die te maken hebben met het verkrijgen en behouden van kinderalimentatie zijn niet aftrekbaar. Dat komt omdat de wet kinderalimentatie niet ziet als inkomen. Advocaatkosten in verband met een echtscheiding zijn ook niet aftrekbaar, behalve dus als die kosten specifiek betrekking hebben op het verkrijgen van partneralimentatie of een andere inkomensuitkering (bijv. verrekening van pensioenrechten).

Wij adviseren u: vraag uw advocaat altijd om de kosten i.v.m. partneralimentatie te specificeren en vraag uw fiscaal adviseur naar de mogelijkheden.


Naschrift: de Hoge Raad heeft het advies van de AG gevolgd. Klik hier voor de uitspraak.

 

 

Indexering alimentatie

27 december 2015 Hedy Bollen Reacties uitgeschakeld voor Indexering alimentatie
Indexering alimentatie
Alimentatiebedragen worden elk jaar, met ingang van 1 januari, verhoogd met een percentage dat door de overheid wordt vastgesteld. Dit heet de wettelijke indexering. Dit gebeurt omdat prijzen en lonen ook stijgen door inflatie.
Voor 2016 is het percentage waarmee de alimentatie wordt verhoogd 1,3%.
Voor een overzicht van percentages in de afgelopen jaren, kijk hier.
Wanneer wordt er niet geïndexeerd?
In sommige situaties wordt de alimentatie niet automatisch verhoogd.
• U kunt samen afspreken dat de wettelijke indexering niet of een tijdlang niet geldt. Dit moet dan wel schriftelijk worden vastgelegd.
• Het kan zijn dat de rechter (op verzoek van degene die alimentatie moet betalen) heeft bepaald dat de alimentatie niet wordt geïndexeerd. De reden daarvan is dan bijvoorbeeld dat de alimentatieplichtige een vast inkomen heeft dat niet meegaat met het loon- en prijspeil.
• U kunt kiezen voor een ander percentage of andere manier van verhoging, bijvoorbeeld voor een koppeling aan de loon ontwikkeling van degene die moet betalen.
• Tot slot: voor alimentaties die voor 1 januari 1973 zijn vastgesteld, geldt de automatische aanpassing niet als er toen afspraken zijn gemaakt over de ontwikkeling van het bedrag. Die afspraken blijven gelden.
Hoe zorgt u ervoor dat uw ex-partner de verhoging (tijdige) betaalt?
U kunt uw ex-partner van te voren – in december – laten weten welk alimentatiebedrag hij/zij per 1 januari moet gaan betalen. Als hij/zij dan (zonder goede reden) weigert om de verhoging te betalen, kunt u – mits u een uitspraak heeft van de rechter waarin de alimentatie is bepaald – het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) vragen de achterstallige alimentatie te innen.