Het huwelijk is een contract

We zijn ons er (gelukkig!) niet altijd zo van bewust, maar een huwelijk is eigenlijk gewoon een contract tussen twee mensen. Een contract met rechten en plichten. Maar: het is wel een bijzonder contract. Daarom wordt het sluiten ervan niet helemaal aan uzelf overgelaten: in de wet staan nogal wat regels over het huwelijk en de consequenties daarvan.
Het meest bekend zijn de regels over de gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden.
Minder bekend zijn een paar algemene regels over de kosten van de huishouding en de bestuursmacht (dat wil zeggen: wie is de baas) over goederen en schulden.

Kosten van de huishouding 

Als u getrouwd bent, bent u verplicht om (in financiële zin) voor elkaar te zorgen. De wet noemt dat: de echtgenoten zijn verplicht elkaar het nodige te verschaffen. Die plicht wordt vertaald in de regels over de kosten van de huishouding.
Kosten van de huishouding wil zeggen: eten, drinken, kleding, wonen, vakantie en dergelijke. Belangrijk: de kosten van de opvoeding en verzorging van de kinderen vallen er ook onder.
De wet zegt dat elke echtgenoot naar rato van zijn/haar inkomen moet bijdragen in de kosten van de huishouding. Als de inkomens niet voldoende zijn, moeten de kosten uit het gemeenschappelijke vermogen worden betaald. Als dat ook niet voldoende is, moet elke echtgenoot naar rato van zijn privévermogen meebetalen. De gedachte is dus: ieder betaalt naar rato van wat hij kan betalen. Onder inkomen wordt verstaan het netto-inkomen, dat wil zeggen na aftrek van inkomstenbelasting.

In de praktijk zijn deze regels vooral van belang voor mensen die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd. Immers, als er sprake is van een gemeenschap van goederen valt het inkomen en vermogen van beide partners in principe in die gemeenschap en moeten alle kosten van de huishouding in eerste instantie uit die gemeenschap worden betaald. Pas als er onvoldoende geld is in de gemeenschap en de partners zouden daarnaast nog privévermogen hebben (bijvoorbeeld uit een schenking of erfenis) geldt de regel dat de partners naar evenredigheid van hun (privé)vermogen moeten bijdragen.

Als u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd zullen de regels over het verdelen van de kosten van de huishouding vaak in die voorwaarden zijn opgenomen.

U bent vrij om andere afspraken met elkaar maken dan die welke in de wet staan, maar die moet u dan wel op papier (laten) zetten.

Jaarlijks afrekenen

Als u deze regels (of afspraken) wilt nakomen, moet u dus goed bijhouden wie wat uitgeeft voor de huishouding (én u moet het eens zijn over welke kosten dat precies zijn). U moet dan minimaal één keer per jaar de balans opmaken en met elkaar afrekenen.
De praktijk leert – begrijpelijk – dat de meeste mensen tijdens hun huwelijk niet zo bezig zijn met precies bij te houden wie wat betaalt. En dan wordt er dus ook niet (jaarlijks) met elkaar afgerekend.
Veel mensen gaan pas kijken naar de regels als het mis gaat met hun huwelijk en ze willen scheiden. Of het dan nog mogelijk is om te verrekenen, hangt helemaal af van de situatie. Als er geen goede boekhouding is, is verrekenen feitelijk onmogelijk. Soms is het ook onredelijk om met terugwerkende kracht een rekening bij de ander neer te leggen.

Dus: als u de kosten van de huishouding wilt verdelen volgens de wet of zoals u het samen heeft afgesproken, is het beste om elk jaar de rekensom te maken en met elkaar af te rekenen.

Kosten huishouding

De wet geeft ook nog een speciale regel voor de aansprakelijkheid voor kosten van de huishouding. Die regel is er in het belang van crediteuren, partijen dus met u zaken heeft gedaan, bijvoorbeeld het bedrijf waar u een koelkast heeft gekocht. De wet zegt dat u en uw echtgenoot allebei (elk voor zich) volledig aansprakelijk zijn voor deze kosten. Dus ook al bent u degene die de koelkast heeft gekocht, dan kan de koelkastleverancier zijn rekening ook innen bij uw partner.

Wie is de baas over de spullen?

U bent getrouwd, maar wie bepaalt eigenlijk wat er met de inboedel, de auto, het huis mag gebeuren? Wie heeft ‘het bestuur’ over de goederen?
Om hier antwoord op te geven moeten we eerst weten: bent in gemeenschap van goederen getrouwd of op huwelijkse voorwaarden. Bij huwelijkse voorwaarden is ieder in principe de baas over de eigen spullen.

Bij een gemeenschap van goederen zijn alle bezittingen en alle schulden van u samen. Maar pas op, een gemeenschap van goederen wil niet zeggen dat u ook samen de baas bent over de spullen. De wet heeft daarvoor een regeling. Een zogenaamde bestuursregeling.
Bijvoorbeeld: wie mag de auto gebruiken, wie moet voor het onderhoud zorgen, wie mag hem verkopen, uitlenen enzovoort.De hoofdregel is eenvoudig: als een goed (zoals de auto) op uw naam staat, dan bent u de baas, dan heeft u het bestuur over dat goed. Voorbeelden van goederen die op iemands naam staan: een bankrekening, een auto, een huis. U mag een auto die op uw naam staat dus verkopen zonder toestemming van uw partner.

Over goederen die niet op iemands naam staan, kunt u allebei beslissen. Bijvoorbeeld: een fiets, boeken, een PC, bankstel, contant geld, een pakket aandelen aan toonder.

Uitzonderingen

Op alle regels zijn uitzonderingen, zeker in ons ingewikkelde recht. Dat geldt hier dus ook. Dit zijn die uitzonderingen.

  • Over de woning waar u samen woont (in officiële taal: de ‘echtelijke woning’) kunt u alleen samen beslissingen nemen. Voor de ‘tweede’ woning (bijvoorbeeld het zomerhuisje in Zeeland) geldt wat hierboven is uitgelegd: degene op wiens naam het huis is verkregen, mag in zijn eentje beslissingen nemen.
  • Voor het doen van schenkingen heeft u elkaars toestemming nodig, tenzij het een ‘gebruikelijke, niet bovenmatige’ schenking is. Wat gebruikelijk en niet bovenmatig is, hangt af van de omstandigheden, zoals uw levensstandaard. Als u en uw partner erg weinig geld hebben, zal een gift van € 100 al snel bovenmatig zijn. Voor mensen die zeer vermogend zijn, is een gift van € 10.000 misschien heel gewoon.
  • Als u iets wilt kopen op afbetaling, heeft u de toestemming van uw partner nodig, behalve wanneer u dit doet in het kader van uw beroep of bedrijf.
  • Als u op de een of andere manier garant wilt staan voor een schuld van een derde persoon, dan heeft u de toestemming van uw partner nodig, behalve wanneer u dit doet in het kader van uw beroep of bedrijf. Bijvoorbeeld: als u borg wilt gaan staan voor een schuld van uw broer, dan moet uw partner daarvoor meetekenen.

Deze regels gelden ook als u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd!

Wat nu als u partner zonder uw toestemming een grote schenking heeft gedaan? Of een dure auto heeft gekocht op afbetaling? U kunt die schenking of koop dan ongedaan laten maken.