Hondenzaken

10 april 2017 Hedy Bollen
Eigensoortig gezinslid 

Bij echtscheiding ruziën mensen het hardst om wat hen het meest dierbaar is. Vaak zijn dat de kinderen. Soms ook gaat het om dat andere, eigensoortige gezinslid. Inderdaad, de hond. En lopen de emoties zo hoog op dat partijen in de rechtszaal eindigen.

Tegenwoordig staat expliciet in de wet dat dieren geen dingen zijn. Dat geeft de rechter ruimte om verder te kijken dan het eigendomsrecht en rekening te houden met het belang van het dier. Dat rechters daar verschillend mee omgaan, laten de volgende twee uitspraken zien.

Zaak 1

Hoofdrolspeler: een jonge Duitse dog met de aansprekende naam Baron. Barons baasjes zijn gescheiden en in het scheidingsconvenant staat dat Baron wordt toebedeeld aan baasje A.

Baasje A wordt ziek en kan daardoor waarschijnlijk niet meer goed voor Baron zorgen; in elk geval staat vast dat hij Baron op dat moment te koop heeft aangeboden op marktplaats. Baasje B vindt dat maar niks en haalt Baron – zonder dat A dat goed vindt – weg bij A, die hem vervolgens voor de Almelose kortgedingrechter daagt. A eist Baron terug.

Koude kermis

Wie verwacht dat de rechter ook kijkt naar wat het beste voor de hond zou zijn, komt van een koude kermis thuis. Deze rechter toetst louter zakelijk: wie is eigenaar (baasje A), zijn er later andere afspraken gemaakt (nee), heeft A soms afstand gedaan van Baron (nee). De rechter besluit:

‘Aan een afweging van de belangen van partijen en Baron wordt echter niet toegekomen. Het gaat in dit kort geding om een eigendomskwestie, niet om het belang van de hond.’

Uh? Niet om het belang van de hond? Waarom niet? De wet biedt die ruimte echt wel. Moét het belang van de hond niet meewegen, zeker waar gesteld wordt dat er niet goed voor de hond wordt gezorgd? Deze rechter ziet dat anders en overweegt dat als B van mening is dat A niet meer goed voor Baron kan zorgen, hij zelf ‘daarop gerichte maatregelen’ kan nemen.

O ja? Welke maatregelen dan? De Dierenbescherming of Dierenpolitie grijpen pas in als het echt niet langer kan. Daar wil je niet op wachten als je van je dier houdt.

Zaak 2

Alweer: de baasjes zijn verwikkeld in een complexe scheiding en subject van strijd is ditmaal een drie jaar oude franse bulldog.

De Limburgse rechter pakt het anders aan. Omdat de ruziënde partijen om het hardst roepen veel van de hond te houden maar niemand het heeft over wat goed is voor het dier, gaat de rechter daar zelf maar over nadenken en geeft partijen een aandoenlijke les in hondenwelzijn. Hij houdt het strijdende koppel voor dat hun bulldogje een vrolijk, aanhankelijk wezen is dat veel aandacht nodig heeft en niet bestand is tegen een onvriendelijke behandeling. ‘De scheiding van zijn baasjes moet voor hem dan ook een hard gelag zijn geweest’, aldus de rechter.

Week op week af

Omdat (nog) niet vaststaat welk baasje de eigenaar is, beslist de rechter dat dit bulletje voorlopig de ene week bij de het ene baasje en de andere week bij de ander mag blijven. En als het aan de rechter ligt, dan zorgen de baasjes dat dit zo blijft. Met een leeftijd van drie jaren heeft [hond] het grootste gedeelte van zijn hondenleven nog voor de boeg en de mogelijkheid om [hond] tot aan zijn dood onverdeeld te laten, is dan een aantrekkelijk perspectief.’

Een hartverwarmende uitspraak. Zo kan het dus ook.

Ons denken over dieren verandert. Langzaam, maar wel zeker.

HB


Lees ook ‘Een dier is geen ding‘.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:448

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:372